Preek, gehouden op Israëlzondag 4 oktober 2020: Leviticus 23,33-43 en Openbaring 21,1-4 (Naardense vertaling)

Ds. Rina Mulderij

Gemeente van Jezus Messias,

Feesten geven ritme aan ons leven. Op de kerkelijke kalender zitten we nu in de feestloze periode van zomer en herfst. De liturgische kleur is groen: dit is kleur van hoop, groei en toekomst. De joodse kalender kent in het voor- en najaar vier grote feesten: Pesach, waaruit ons Paasfeest is voortgekomen, Sjavoeot, de vijftigste dag na Pesach, het Pinksterfeest. Gevolgd door de Grote verzoendag en door het Loofhuttenfeest, Soekot, dat de Joden nu van 3 tot en met 11 oktober vieren, met op 11 oktober het hoogtepunt van dat feest: Simchat Tora, de vreugde van de wet, Tora. Het volgen van de kalender geeft het leven haar ritme. Elke week is het sabbat, de vrije dag om je te wijden aan God, om te ervaren dat je niet leeft om te werken, maar werkt om te leven. Het is dan ook de tijd om familie en vrienden te bezoeken, want een rustdag betekent niet, dat je helemaal niets doet. Weliswaar je werkt niet, maar God genoot op de zevende dag van Zijn schepping en in navolging van Hem mogen ook wij genieten van het goede dat de Eeuwige ons schenkt. De feesten Sjavoeot en Soekot staan stil bij de overvloed die wij uit Gods hand mogen ontvangen: beide feesten zijn namelijk begonnen als oogstfeesten. Bij Sjavoeot de eerste oogst van het jaar en bij Soekot de laatste oogst van de herfst: de inwoners van Israël verwachten na de oogst in de herfst de eerste regens in het land. Het van takken gemaakte hutje kan verwijzen naar de tijdelijke hut die tijdens de oogst op het land werd gezet om de voortgang van de oogst te bekijken en om te zorgen dat niemand jouw opbrengst onder jouw ogen weg jatte. Zelf vind ik het niet erg aannemelijk dat de Israëlieten tijdens de uittocht uit Egypte takken met bladeren mee sjouwden de woestijn in. Dan verwacht je eerder tenten van doek. Ook staan er in de woestijn niet zo veel bomen met blad, waar een heel volk mee kon survivallen, zoals je dat wel eens ziet op de televisie met Bear Grylls of het programma Expeditie Robinson. Een hutje op het veld voor de oogst is dan een stuk logischer.

Toch kijken Joden met Soekot terug naar de tijd van de uittocht uit Egypte. Ze herinneren dat God veertig jaar lang met het volk Israël optrekt in een wolkkolom overdag en ’s nachts in een vuurkolom, hen van voedsel voorziet en zo worden slaven vrije mensen, die met hun ups en downs leren leven zoals God dat voor ogen heeft: een leven in vrijheid om God te kennen en de onderlinge banden goed te houden. Zeker dat laatste, leven met Gods Tora, is niet altijd eenvoudig. Dat vraagt om levenslang onderhoud, om bij Zijn Woord betrokken te zijn. En dat mag je ook vieren, anders lijken alle dagen op elkaar.

In Leviticus 23 komen dagen voor die je heiligt, die jou boven dat alledaagse uit doen stijgen. Iets dat wij ook nodig hebben: in het ritme van ons leven zijn dagen nodig die anders zijn, dagen waar we stil staan bij het bijzondere. Ook het binnenhalen van de oogst in de herfst is een gebeuren om bij stil te staan, want de vruchten zijn geen resultaat van ons gezwoeg, maar ze zijn een gave van God. Op deze manier kun je het Loofhuttenfeest ook zien als een dankweek voor oogst en gewas, waarin je een week in een hut leeft, als teken van de eigen kwetsbaarheid en afhankelijkheid van God. Bij de Eeuwige mag je zekerheid vinden, niet in je huis, of je bezit of een goed gevulde bankrekening – ook al is er zonneschijn of dreigen ruwe stormen je hutje omver te blazen: bij God mag je vreugde ondervinden, bij Hem ben je werkelijk onder dak, want van U zijn alle dingen.

In het Jodendom hebben feesten altijd te maken met deze drie tijden: met het verleden, de herinnering aan de tocht door de wildernis, het heden, ook al woon je nu in het beloofde land, juist nu weet je gedragen door God en maak tijd vrij om je met Hem te verhouden, sta dankbaar in het leven. Ook de derde tijd, de toekomst, komt in Soekot voor. Joden zien uit naar de Messiaanse tijd, dat Gods tent bij de mensen komt staan en daar zijn zij naar onderweg – heel het leven van heden is een onderweg zijn naar die toekomst met God, waar er overvloed zal zijn voor elk mens, waar Gods orde chaos overstijgt, waar de woestijn zal bloeien (Jesaja 35,1-2) en waar alle tranen uitgewist zullen worden (Jesaja 25,8 en Openbaring 7,17 en 21,4), waar dood, rouw, geschreeuw en moeite zijn voorbijgegaan, zoals er in het joods eindtijdboek met een christelijk sausje Openbaring staat geschreven. Dan zullen Israel en de volken samen optrekken om God te dienen.

Ook als christenen zijn wij onderweg naar Gods Rijk dat komen zal en daarom mogen ook wij God loven en danken. Ook wij zijn mensen die op de adem van de tijd hun bestaan enten. De Joodse wortels van Jezus’ verkondigingswerk mogen wij niet bedekken. Ook Jezus heeft de Joodse kalender van feesten gevolgd. In Johannes 7 meldt de evangelist dat Jezus dit feest in de tempel van Jeruzalem viert, zeven dagen lang ten overstaan van de Allerhoogste. Ook onze wortels moeten wij niet vergeten: christendom kent de ontwikkeling vanuit het Jodendom, het is als een Joodse sekte ontstaan, waar de Jezusbeweging naar de niet-joden is gegaan via apostelen zoals Paulus. Die oorsprong als broeder-en-zuster-religie mogen wij niet toedekken, vergeten of ons gedragen alsof wij beter dan de Joden zijn of hen bekeren alsof je beter maar een christen kunt zijn… Wij vinden onze wortels in het Jodendom en niet omgekeerd. Jezus is het gesprek binnen het Jodendom aangegaan als één van de stemmen in die dialoog, maar in de loop van de tijd kent deze een ontwikkeling daarbuiten. Dat maakt dat wij met eerbied, voorzichtig mogen spreken over Jezus als vervulling van de wet en de profeten: ook wij zijn onderweg naar de toekomst van God met ons. We zijn nog niet op het eindstation aan beland: Jood en christen nog niet. Amos Oz, een Israëlisch schrijver, die in Israël de vredesbeweging 'Sjalom Achsjav' mede heeft opgericht, verwoordt het als volgt:

Toen ik een klein kind was, legde mijn wijze grootmoeder mij in eenvoudige woorden het verschil uit tussen een jood en een christen. “Zie je”, zei ze, “de christenen geloven dat de Messias er al is geweest en op een dag zal terugkomen; de joden houden vol dat de Messias nog moet komen. Hierover is een eindeloze haat en een eindeloos bloedvergieten geweest. Waarom? Waarom kan iedereen niet eenvoudigweg wachten en zien wat er gebeurt? Als de Messias komt en zegt: “Hallo, het is leuk jullie weer te zien”, dan zullen de joden moeten toegeven. Als hij echter komt en zegt: “Hoe gaat het met jullie?”, dan zal de gehele christelijke wereld excuses moeten maken aan de joden. Totdat die dag aanbreekt, waarom leven we niet en laten we niet leven?”

Ook wij hebben het nodig om de tijd voor het aangezicht van de Heilige te vieren. De feesten geven ook aan ons bestaan van alledag ritme. Om niet telkens door te gaan met werken, want dat dient ons niet en leidt tot vermoeide mensen, maar maak tijd vrij voor de Eeuwige. Om ons leven te voeden met het herinneren van die heilsbrengende ervaringen van vroeger, dat ook wij die nu nog steeds mee kunnen maken, dat God ook vandaag bevrijdt en met ons mee trekt, zijn toekomst tegemoet. Ook wij mogen putten uit de Hebreeuwse Bijbel om die stoet van getuigen van God met ons eigen te maken, dat wij zelf ook als een levende bron mogen zijn voor al wie dorstig is (Johannes 7,37-39), verlangend uitziet naar het Messiaans rijk dat komen zal. Dan zullen wij feestvieren, Joden en volkeren, met God, nu en in eeuwigheid. Amen.

Contactgegevens

Protestantse gemeente Grootegast/Sebaldeburen

Goede Herderkerk, De Gast 2, 9861 BM te Grootegast

0594-613073

Contact via email