Preek, gehouden 13 september 2020, 1 Johannes 5,13-21 en Johannes 11,25-27

Ds. Rina Mulderij

Gemeente van Jezus Christus,

Wie of wat is jouw afgod? Wat leidt jou van God de Waarachtige weg? Wie wil niet dat jij Jezus volgt, opdat je geen deel aan eeuwig leven hebt? Ook in de 21e eeuw kennen we afgoden die ons uit het spoor van God willen trekken en dat we achter hen aan gaan. Ik denk dat we een hele trits aan afgoden wel zelf kunnen bedenken zoals die auto van ons, die moet rijden of dat we shoppen dat het een lieve lust is. Maar denk ook aan die game die je moet hebben en moet spelen. Dat je iets van dat ene merk moet hebben, anders tel je niet mee. Of dat jij al jouw tijd steekt in die hobby van je, maar dat tijd voor je partner, je kind en voor God ontbreekt. Er zijn zelfs mensen die angst [https://cip.nl/47059-de-grootste-afgod-van-het-moderne-christendom] een afgod noemen, want christenen kunnen zo bang zijn voor verschillende zaken: angst voor het virus, angst om een christelijke minderheid te zijn. En die angst leidt tot het overschreeuwen van jezelf, want zo overtuig jij je ervan dat je niet bang bent. Ook jezelf dienen kan tot afgoderij leiden. Jezelf ontplooien, tijd om vooral jezelf gelukkig te maken, [https://vromepraatjes.nl/de-afgoden-zijn-dood-op-eentje-na/] het najagen van fotomomenten om je vooral niet ongelukkig te voelen. Dingen voor de gemeente doen, waar het uiteindelijk niet gaat om God dienen, maar dat jij zelf er beter op komt staan – ook dat leidt bij God weg. Dat is ook een vorm van afgoderij: alles wat jij doet, waar jij je tijd en geld aan besteedt en dat jou van God afleidt, afbreuk doet aan de relatie die je met Hem hebt. Het zit hem dus in meer dingen dan het materiële of het geestelijke.

De waarschuwing voor afgoden is al oud, ingeprent in het volk Israël: we komen haar tegen in de Decaloog, bij profeten, apostelen, kerkvaders en –moeders. Iedere keer ontdekken we de neiging om je niet met God te verhouden, achter dingen, mensen, jezelf aan te gaan, die op den duur afbreuk doen aan je leven en die naar de dood leiden. Hoewel Johannes de briefschrijver zijn briefbetoog hier tamelijk plotseling eindigt met de oproep om op je hoede te zijn voor de afgoden, zijn er wel lijnen in dit stuk te vinden die daarmee te maken hebben, zoals de zonden die wel en niet tot de dood leiden en het kwaad dat de wereld in de macht houdt. Hij waarschuwt hier tussen de regels door voor de tegenstanders die de gemeenschap splijten in hun opvatting over Jezus, waarin zij het lichamelijke van Jezus ontkennen als nodig voor redding, verlossing uit zonde. Hun opvatting over Jezus als geest leidt tot misverstaan van zonde, dat dit helemaal niet meer wordt gedaan, maar daarmee gaan zij voorbij aan de realiteit van zonde. We doen allemaal zonde, maar wie oprecht berouw heeft van wat hij of zij verkeerd heeft gedaan in woord, gedachte of daad, die persoon kan altijd terug komen bij God, maar wie keer op keer verstokt is in het zondigen, dat bewust weer doet, daar zet Johannes zijn vraagtekens bij. Geloven in God de Waarachtige leidt tot eeuwig leven en dan kan het gebeuren dat je zondigt, maar als je van harte spijt hebt, keer jij je vanuit zonde om naar God. Maar wie volhardt in verkeerd handelen, denken en niet van zijn dwaalweg af wil gaan, loopt richting de dood.

Waar Johannes ook ons toe wil aansporen, is: waar is ons ja voor God op gebaseerd? En met die vraag naar ja komt ook een nee mee, namelijk een nee tegen afgoden: hoe keren wij die de rug toe en gaan we mee met de wil van God? Hoe weten wij ons leven zo in te richten dat elke dag een levend gebed is tot God, onze Vader? Dat wij ons leven wegleiden van dat wat vals, onecht is, dat ons niet naar de Waarheid van God leidt? Leven van genot naar genot lijkt zo aangenaam te zijn, maar het leidt af van de kern van ons bestaan, namelijk: met Wie verhouden wij ons? Hoe geven wij gestalte aan de relatie met God? Hoe zou ons leven eruit zien als wij toegeven aan de afleiders, die ons het bedrieglijke gevoel geven van ‘dit is God’, waar wij al onze tijd aan moeten geven, waar geld geen punt is? Ik denk dat we die leegte nooit gevuld zullen krijgen met spullen, met het verzamelen van ervaringen, want het is nooit genoeg; altijd is er nog iets achter de horizon dat ontdekt moet worden.

Deze vraag naar ja en nee houdt ons voor: wat zeven wij uit in ons bestaan, dat wat ons niet dichter bij God brengt? Dat zijn onze zonden, waar wij de mist in gaan, waar wij niet tot onze bestemming komen als beelddrager van God, waar wij vooral onszelf najagen, want daar hebben we recht op. Waar wij achter zelfgekozen afgoden aan gaan en niet achter God, die óns heeft uitgekozen om lief te hebben. Ik zou u en jou willen uitnodigen om de komende weken eens stil te staan bij het ja op God: bestaat dit ja vooral uit een nee tegen of kun je dit ja kleuren met positiviteit? Zoals God laat mij de weg zien zoals die is: Hij maakt het niet mooier dan het is. Hij wijst mij op Zijn Zoon die gekomen is om de macht van het kwaad te breken, dat Hij mij op een leven in eeuwigheid wijst.

Leven met God is geen bestaan, dat ons in slaap sust, maar God kust ons wakker om op te staan tegen dat wat geen bestaan is, om de leegte niet te vullen met mooie verhaaltjes, leugens, met verslaving. Een ja voor God schudt jou wakker om echt te leven, om daadwerkelijk werk te maken van dat Rijk van vrede voor elk mensenkind. Om niet alleen de macht van het kwade af te breken, maar ook op te bouwen de band die wij met God hebben. Laten wij zo de Maaltijd vieren, dat wij deze relatie voeding geven voor de weg die we zullen gaan, dat wij die weg met vreugde betreden, in verbondenheid met God en elkaar, opdat we zullen leven in Gods eeuwigheid. Amen.

Contactgegevens

Protestantse gemeente Grootegast/Sebaldeburen

Goede Herderkerk, De Gast 2, 9861 BM te Grootegast

0594-613073

Contact via email