Preek gehouden op 19 juli 2020, 1 Johannes 1,1-10 en Johannes 8,12

Ds. Rina Mulderij

Korte introductie bij 1 Johannes: In de maanden julie en augustus houd ik een preekserie over de brief van 1 Johannes. Over deze brief wordt niet vaak gepreekt. Het is een brief die eind eerste eeuw, begin tweede eeuw geschreven is; hij is dus later dan het evangelie van Johannes geschreven, maar zeer waarschijnlijk heeft de schrijver dit evangelie erbij gehad tijdens het schrijven, want er komen thema’s in de brief voor die grote overeenkomst vertonen met het evangelie: bijvoorbeeld het liefdesgebod, waar Jezus zijn leerlingen toe oproept. De schrijver komt uit de Johanneïsche school of traditie, die in de geest van Johannes de evangelist in de pen is geklommen om zaken over het geloof eens goed op papier te krijgen. Er speelt namelijk een conflict over: hoe moet je nu Jezus als vlees-en-bloed zien? Met een moeilijk woord heet dit incarnatie, gezegd in de woorden van Johannes: het woord is vlees geworden (Johannes 1,14). De schrijver reageert op tegenstanders die dit ontkennen: Jezus is vooral Geest en zijn aards lichaam doet er niet toe en zij leven en geloven in deze geest, dat is hun overtuiging. Maar wie die tegenstanders precies zijn, dat weten we niet goed. U kunt het vergelijken met een telefoongesprek, waarvan u alleen de ene kant hoort, maar wat degene aan de andere kant van de lijn zegt, dat krijgt u niet mee. De schrijver van 1 Johannes spreekt vooral gemeenschappen in Klein-Azië, het huidige Turkije en Syrië, aan via deze rondzendbrief, die zoals u zult merken, geen klassieke aanhef of geadresseerden heeft, zoals we die bij Paulus tegen komen, maar 1 Johannes de briefschrijver begint gelijk met zijn betoog. De stem uit 1 Johannes laat zien dat een specifieke groep vanuit de Jezusbeweging aan het begin van de tweede eeuw met nieuwe vragen en uitdagingen te maken heeft gekregen. Die stem staat als een pilaar naast die van Paulus, Petrus en Jakobus: het wil als een getuigenis de waarheid verkondigen. Ik hoop dat u net als ik veel vreugde aan deze brief zult beleven.

Gemeente van Jezus Christus,

Tussen de regels door ervaar ik in de eerste brief van Johannes een positieve houding ten aanzien van het lichaam en zo ook het lichaam van Jezus Christus – het Woord dat vlees is geworden om ons naar het eeuwig leven te leiden, naar het wandelen in het Licht van God. Gelovigen zijn mensen van vlees en bloed. Wij zijn van vlees en bloed, geschapen en God in Jezus heeft deel aan ons bestaan gehad: verbonden in het lichaam, verbonden met God de Vader, opdat ook wij met Hem verbonden zouden zijn. Het lichamelijke van Jezus verdient waardering: zo lees ik in het begin. We hebben Hem gehoord, met eigen ogen gezien en onze handen hebben aangeraakt: Jezus is echt bij ons geweest, zo luidt het getuigenis. Ook na de opstanding is Jezus aan ons verschenen. We hebben met Hem gepraat en Tomas mocht Hem zelfs aanraken, toen Hij weer in ons midden kwam. Nu moeten wij het doen met dit getuigenis: wij die niet zien en toch geloven (Johannes 20,29). Ook het gehoor tot wie de schrijver van 1 Johannes zijn woorden heeft gericht, moet het doen met de verhalen van horen zeggen.

Eind eerste eeuw, begin tweede eeuw na Christus komen er conflicten voor in christelijke gemeenschappen over: hoe moet je Jezus zien? Is hij mens zoals jij en ik of moet je hem als geest zien, die ons van een lichamelijk bestaan gered heeft? In het tweede gedeelte van wat we gelezen hebben – na God is licht (vers 5) – zien we standpunten van voor- en tegenstanderszoals de schrijver die heeft neergepend voor zijn argumentatie. Het is alsof we aanwezig zijn bij zijn betoog over: hoe wandel je in het licht van God, heel je leven lang. Het aannemen van Jezus als jouw Heer, gedoopt worden in Zijn naam betekenen niet dat je nooit meer zult zondigen. De briefschrijver is hierin realistisch: ook al heb je omgang met God, heb je Hem beleden als Heer, we leven nu nog niet in het Koninkrijk van God, maar nog steeds omringd door een werkelijkheid, waarin volop zonde bedreven wordt. Waar mensen hun doel missen, waar we te kort schieten, waar we zo graag het goede willen doen, niet langer het kwade, maar waar we terug vallen in gedrag, dat zo vertrouwd is, haast vanzelfsprekend, dat we ons betrappen op: “oeps, daar ga ik weer….”

Op die realiteit had de schrijver goed zicht. Als je zegt: ‘ik doe geen zonde, ik ken het niet, sterker nog ik heb het nooit gedaan, nu ik bij Jezus hoor’, zoals enkele tegenstanders beweren, dan getuigt dat van weinig realiteitszin plus je liegt jezelf voor. Elk van ons is omringd door zonde, waar we ook gaan. Elke dag kan het een strijd zijn om voor het goede te kiezen en nee te zeggen tegen het kwade. Het vraagt van jou om eerlijk naar jezelf te kijken, zien dat je, ook al wandel je al wat langer of wat korter met Jezus in het Licht; het gaat om zien dat je nog steeds plekken hebt, waar je in je houding tegenover God te kort bent geschoten.

Ook wij hebben het nodig dat we vergeving van God via de kruisdood van Jezus Christus ontvangen om niet. De relatie, de verbondenheid met God vraagt om doorgaand onderhoud. Niet van ‘ik leef er op los’ zoals de verloren zoon met zijn feesten, en dan ga ik zondags naar de kerk of ik breng mijn fouten in gebed bij God en dan kan ik weer verder. Geloven in God, die het Licht is, is geen soort pitstop, waar je nieuwe banden om krijgt, omdat ze versleten zijn of waar je olie ververst wordt, zodat je weer verder kunt. Maar geloven in God vraagt om een leven, waarin je bewust werk maakt van berouw, omkering naar God, waar je in alles met Hem verbinding zoekt, waar je Hem looft, dankbaar bent. Het moet niet zo zijn dat je eerst je zonde-maatbeker vol laat lopen en als die vol is, dan loos je dat allemaal bij God en dan begin je van voren af aan. Dan leef je heel mechanisch met God: je hebt Hem alleen maar nodig, als je volledig in de vernieling zit, als de nood te groot is geworden.

Christelijk geloven is er voor zondaars, voor mensen die geloven dat zij in hun leven niet zonder God kunnen, die zien dat ze op eigen kracht alleen niet verder komen en daarin eerlijk zijn tegenover God en tegenover zichzelf, want we liegen onszelf ook wel eens wat voor. Dat we een beter beeld neerzetten van onszelf, dat het best mee valt met het middelenmisbruik en het was gisteren erg gezellig, dus net dat ene glaasje te veel, ach, dat kon wel; wanneer je het bovenste knoopje van je broek niet meer dicht krijgt, ligt dat aan je broek die gekrompen is in de was, maar jij bent natúúrlijk niet dikker geworden. Dat het wel mee valt, met hoe je anderen gebruikt om je ultieme doel te bereiken. Zeggen dat jij je goed voelt, terwijl je bang bent voor de toekomst, want wat zullen ze wel niet van jouw kwetsbare houding zeggen…

Tegenover God staan wij zoals we zijn: mensen van vlees en bloed die zoeken naar aandacht, liefde, vergeving voor wat we fout hebben gedaan. En God neemt ons in genade aan zoals we zijn. God heeft niets aan mensen die zichzelf overschreeuwen, die alleen maar buitenkant zijn, waar het geloof geen aarde vindt om wortel te schieten, waar jij je heiliger voor doet dan je bent. Elke dag is een kans om je handen vrijer te krijgen van zonde, om in gebed je zonden te belijden, om te erkennen dat je Iemand met de hoofdletter I nodig hebt om de verbondenheid te zoeken, om heelheid te ervaren, om het Licht te laten schijnen op die plekken van duisternis, opdat je eerlijk en oprecht voor God en de mensen kunt staan. Elke dag hoeven wij voor God niet te verbergen dat we iets fout hebben gedaan, maar mogen wij in relatie met Hem in het licht staan, onszelf zien zoals we zijn als mensen van vlees en bloed, opdat we vergeving mogen vinden in Hem die ons eeuwig leven schenkt. Als wij onze tekorten in Gods licht weten te brengen, betekent dat, dat we die band met Hem zo belangrijk vinden, dat we alles wat daarin ons in de weg kan staan, aan Hem voorleggen. Zo willen wij samen met God, die in ons een goed werk is begonnen, op pad gaan. We willen werken aan een hier en nu, dat ook dit een eeuwig leven is, ook al hebben wij nog steeds met zonde te maken, worden we aangevochten door het kwade: we staan er niet alleen voor in onze zwakheid, maar Gods licht is er. Amen.

Contactgegevens

Protestantse gemeente Grootegast/Sebaldeburen

Goede Herderkerk, De Gast 2, 9861 BM te Grootegast

0594-613073

Contact via email