Preek gehouden op 26 januari 2020, Matteüs 4,12-22 

Ds. Rina Mulderij 

Gemeente van Jezus Christus, 

Het zal jou niet ontgaan zijn dat er in de afgelopen week diverse artikelen over vrouwen in het ambt in het nieuws zijn geweest. Ook binnen een deel van de gemeenten van de Protestantse kerk in Nederland mogen vrouwen niet de kansel op, laat staan een ambt bekleden. Met diverse passages vanuit de Schrift halen voor- en tegenstanders aan, waarom ze vinden of een vrouw wel of niet predikant mag zijn. Is het wel jouw roeping als vrouw zijnde om het Woord van God te verkondigen? Ook ik loop daar soms wat meer, soms wat minder tegen aan als Dienares van het Woord, dat ik in bepaalde kerken niet word uitgenodigd. Vind ik dat erg? Ja en nee. In sommige gemeenschappen pas ik niet – dat is één van acceptatie, die wederzijds is. Maar ik zeg ook wel eens dat ze wat missen, als ze me niet vragen. Ze missen één van de stemmen die met geloven in Jezus mee komen, want God laat zich kennen op verscheidene wijze. Dat kom ik tegen in het pastoraat, in onderling collegiaal contact en op nog veel meer plekken van geloof. 

In deze discussie van welles-nietes een vrouw aan het W/woord mis ik één punt die van essentieel belang is, namelijk: wie roept wie waartoe? Het accent zit voor mij in de eerste wie: degene die roept. Het is Jezus die jou roept om hem te volgen. Niet wij bepalen die roeping. Wel is het zo in hoeverre wij in staat zijn om die roep te horen. Begraven wij onszelf niet te veel in werk, afleiding, in relaties die ons van dé Relatie met God afhouden. En dan helpt zo’n verhaal over de roeping van twee keer twee broers ook niet. Zij laten alle vier onmiddellijk hun werk vallen om achter Jezus aan te gaan en ze werpen geen verdere blik op hun families. Ook mis je hier in Matteüs dat zij al voor die roeping een band met Jezus hebben opgebouwd. In Lucas en Marcus kom je dat tegen dat Petrus Jezus al kent, dat hij ook bij Petrus’ familie thuis is, want Jezus geneest zijn schoonmoeder (Marcus 1,30-31). In Matteüs snijdt de roeping radicaal door familie- en werkverbanden heen: alles laten ze uit hun handen vallen om Jezus te volgen. 

Dat geeft jou het idee dat dit het voorbeeld is om naar Jezus’ roep te horen, dat ook jij een radicale keuze moet maken voor Jezus en zo alles achter moet laten om Jezus te volgen. Maar zoom ik verder op de tekst in, dan zie ik iets anders gebeuren. Hun arbeid wordt omgevormd door Jezus. De broers blijven vissers, maar dan net even anders. Het visserschap is hun carrière: zij krijgen betaald, als zij de gevangen vissen op de markt aanbieden. Maar Jezus roept hen tot hun roeping en dat houdt in dat zij gaan doen, waarvoor zij gemaakt zijn. Jezus tilt hun werk als visser naar een hoger plan, naar die van God en dat maakt dat zij vissers van mensen worden. Dat doen zij in de contacten met Jezus, wanneer zij Zijn leerlingen zijn. Dankzij Jezus transformeren zij van gewone vis-vissers naar mensen-vissers, zodat zij via Jezus mensen winnen voor het koninkrijk van de hemel. 

Moeten wij dan ook vissers van mensen worden? Ja, maar niet zo letterlijk, dat wij mensen in onze netten van geloof vangen of via het hengelen, dat wij iemand in de dikke worm van het evangelie willen laten happen. En trouwens: ik ben zelf niet zo’n visser, die langs de kant zit te wachten en te wachten of ze willen bijten. En dan moet je dat haakje eraf halen... nee, dankjewel. Ieder z’n meug, denk ik dan. Ik geloof dat het gaat om de overdrachtelijke zin: dat waar jij ook in het leven staat, dat Jezus jou roept en dat hij jouw talenten inzet voor het koninkrijk dat komt. Als je aan het werk bent, ben je geroepen om daarin te zoeken naar mogelijkheden om mensen voor het evangelie te winnen als het licht in de duisternis. Ook als je geen werk meer hebt of buiten het arbeidsproces staat, roept Jezus jou met alles wat er in jou is voor de goede boodschap. Jezus wil jou daarin tot een hoger plan uitnodigen, ongeacht jouw leeftijd, je sekse, wat je wel of niet kan, van wie je er eentje bent. Daar kijkt Jezus niet naar. Hij ziet naar jouw hart en hij klopt op die hartsdeur met de vraag of je met hem mee wil gaan, onderweg naar het koninkrijk dat komen zal. 

Jezus kijkt niet of hij mensen moet uitsluiten, omdat ze iets hebben waar ze niet goed in zijn, of omdat ze zondig zijn, verkeerd handelen, maar hij komt met open handen, open ogen en oren, een hart dat zo ruim is. Hij wil mensen leiden naar een bestaan in zijn naam. Hij wil elk mens bevrijden van banden, waar jij niet goed genoeg bent of waar je vast wordt gepind op het verleden, waar je iets verkeerds hebt gedaan. Jezus kijkt anders: hij ziet met de ogen die zien waarvoor jij gemaakt bent of beter gezegd: voor Wie jij er bent. 

In ons werk in de breedste zin van het woord mogen wij onze roeping in Christus niet achterwege laten. Wees een levende getuige doordeweeks, dus op maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag, zaterdag ben jij een volgeling van Jezus. Het moet niet zo zijn dat, wanneer je straks naar buiten stapt, je vergeet wat je hier uit Gods Woord hebt gehoord. Dan mag jij wel eens achter je oren krabben. Verloochen niet bij Wie je hoort, als je een muurtje stuukt of iemand in de winkel helpt. Ga goed met een ander om en sluit niet iemand uit, wanneer anderen dat wel doen, want dat doet een mens pijn, dat je er niet bij hoort. Het gaat dus om een stuk bewustwording bij jezelf, dat Jezus jou roept, wat je ook doet, dat jouw werk tot het plan van het koninkrijk gebracht zal worden. Jezus zet jou in voor de nieuwe wereld, die komen zal. Hij ziet in jou, wat een ander niet ziet en hij haalt in jou naar boven, waarvoor jij gemaakt bent: God dienen met alles wat in je is, Hem loven, waar je ook gaat, tot in eeuwigheid, Amen. 

 

Voor deze dienst hebben we geluisterd naar het lied van Lauren Daigle, You Say. De Nederlandse vertaling van dit lied was helaas weggevallen, dus bij deze.

Lauren Daigle - You Say

https://www.youtube.com/watch?v=oZvKJl1kK8g
 

I keep fighting voices in my mind that say I’m not enough 

Every single lie that tells me I will never measure up 

Am I more than just the sum of every high and every low? 

Remind me once again just who I am, because I need to know (ooh oh) 

 

You say I am loved when I can’t feel a thing

You say I am strong when I think I am weak 

You say I am held when I am falling short 

 

When I don’t belong, oh You say that I am Yours 

And I believe (I), oh I believe (I) 

What You say of me (I) 

I believe 

The only thing that matters now is everything You think of me 

In You I find my worth, in You I find my identity, (ooh oh) 

You say I am loved when I can’t feel a thing 

You say I am strong when I think I am weak 

And You say I am held when I am falling short 

 

When I don’t belong, oh You say that I am Yours 

And I believe (I), oh I believe (I) 

What You say of me (I) 

Oh, I believe 

Taking all I have and now I'm laying it at Your feet 

 

You have every failure God, and You'll have every victory, (ooh oh) 

You say I am loved when I can’t feel a thing 

You say I am strong when I think I am weak 

You say I am held when I am falling short 

 

When I don’t belong, oh You say that I am Yours 

And I believe (I), oh I believe (I) 

What You say of me (I) 

I believe 

Oh I believe (I), yes I believe (I) 

What You say of me (I) 

Oh I believe (oh)

Ik blijf stemmen in mijn gedachten die zeggen dat ik niet genoeg ben 

Elke leugen die me vertelt dat ik me nooit zal meten 

Ben ik meer dan alleen de som van elke high en elke low? 

Herinner me nog maar eens wie ik ben, want ik moet het weten (ooh oh) 

 

Je zegt dat ik geliefd ben als ik niets kan voelen

Je zegt dat ik sterk ben als ik denk dat ik zwak ben

Je zegt dat ik vastgehouden word als ik tekort schiet 

 

Als ik er niet hoor, zeg je dat ik de jouwe ben 

En ik geloof (ik), oh ik geloof (ik) 

Wat u van mij zegt (I) 

ik geloof 

Het enige dat nu telt is alles wat je van me denkt 

In U vind ik mijn waarde, in U vind ik mijn identiteit, (ooh oh) 

Je zegt dat ik geliefd ben als ik niets kan voelen 

Je zegt dat ik sterk ben als ik denk dat ik zwak ben

En u zegt dat ik vastgehouden word als ik tekort schiet 

 

Als ik er niet hoor, zeg je dat ik de jouwe ben 

En ik geloof (ik), oh ik geloof (ik) 

Wat u van mij zegt (I) 

Oh, geloof ik 

Ik neem alles wat ik heb en leg het nu aan je voeten 

 

Je hebt elke mislukking God, en je zult elke overwinning hebben, (ooh oh) 

Je zegt dat ik geliefd ben als ik niets kan voelen 

Je zegt dat ik sterk ben als ik denk dat ik zwak ben

Je zegt dat ik vastgehouden word als ik tekort schiet 

 

Als ik er niet hoor, zeg je dat ik de jouwe ben 

En ik geloof (ik), oh ik geloof (ik) 

Wat u van mij zegt (I) 

ik geloof 

Oh ik geloof (ik), ja ik geloof (ik) 

Wat u van mij zegt (I) 

Oh, ik geloof (oh) 

 

Contactgegevens

Protestantse gemeente Grootegast/Sebaldeburen

Goede Herderkerk, De Gast 2, 9861 BM te Grootegast

0594-613073

Contact via email