Preek, gehouden op 28 juli 2019, 1 Koningen 8,1-21 met Matteüs 21,10-13

Ds. Rina Mulderij

Gemeente van Jezus Christus,

In deze twee maanden juni en juli heeft het dagblad Trouw een aantal artikelen geplaatst over dat één op de vijf kerken in Nederland geen kerk meer is. [https://www.trouw.nl/religie-filosofie/een- op-de-vijf-nederlandse-kerken-is-geen-kerk-meer~b033cc0f/] Het leverde reacties op van onder andere Jolanda Tuma, de dorpskerkambassadeur in het noorden [https://www.trouw.nl/opinie/gelovig-of-ongelovig-kom-samen-op-voor-religieus- erfgoed~bc06655e/]. Zij betoogt dat we kerken als plekken van zingeving in het dorp mogen behouden. Het zou een aderlating zijn voor de Nederlandse samenleving, als kerken niet meer als heilige ruimte in gebruik zijn, “

Binnen de PKN klinken er stemmen dat het niet erg is, als er witte vlekken op de kaart van Nederland zouden komen, waar er dus geen kerkelijke gemeenschap meer is, terwijl er wel mensen zijn. Begrijp me goed: ik wil niet terug naar de tijd van bekeringsijver, dat als je niet bekeerd bent, dat je dan op een hele, slechte plek terecht zult komen. Aan de andere kant heb ik ook kritiek op de politici die de Joods- christelijke identiteit als een kleed van eenheid voor het ware Nederlanderschap om zich heen hebben geslagen, want waarom zie ik die niet over de drempel van een van onze Godshuizen komen om God te eren, om te horen dat Gods liefde niet stopt bij degenen die jij liefhebt, maar dat we ook met een heilig ongemak richting vreemdelingen en vijanden te maken hebben, waar Jezus zijn radicale programma ontvouwt via voorgangers en ook via ons, dat wij levende getuigen zijn van Gods genade. Om maar even Jezus te citeren: “niet iedereen die Heer, Heer tegen mijzegt, zal het Koninkrijk van de hemel binnengaan” en dan moet ik niet het tweede deel vergeten: “alleen wie handelt naar de wil van mijn hemelse Vader” (Mat 7,21).

Dit Godshuis op deze plek in ons dorp vraagt van ons dat wij de Godslamp brandende houden. Hoe houden wij geloven hier levend? Hoe ontvangen wij geestelijk voedsel voor doordeweeks, zodat wij gestalte geven aan de relatie met God? Hoe willen wij als gemeenschap in Christus ons leefhuis van God eruit laten zien? Ik kies hier bewust voor het woord leefhuis: het gaat om een levende gemeente zijn, samen. Een Godshuis kun je zien als een plek van samenkomst, waar heel het leven gedeeld en gevierd wordt. Waar je zorgen deelt, zodat die gezien en verlicht worden. Waar je welkom wordt geheten, waar je begin en je einde onder het licht van Christus is gesteld. Waar je geeft aan wie het minder hebben, zodat mensen weer leven hebben. Waar we elkaar bemoedigen en hoop toezeggen, dat er toekomst is bij God, in Zijn rijk dat komt, soms tegen beter weten in. Een vindplaats van geloof, hoop en liefde, een plek om te schuilen, te groeien en op te bloeien.

Hoe ziet ons leefhuis van God eruit? Is het een exclusieve woning, want hier is God te vinden? Of zie je het als een plek van heiligheid, waar je even apart wordt gezet van het dagelijks bestaan en de beslommeringen, dat jouw leven en dat van anderen energie kan opdoen, om te horen dat heel de schepping onder Gods zegen is gesteld? waar de muziek zo mooi kan klinken, waar de stilte anders is dan thuis en waar je een kaars kunt aansteken, omdat je iemand mist.”

In het verhaal van de tempelwijding ervaar ik spanning, die er al vanaf het begin is. Waar profeten, Jezus incluis, kritiek leveren over die ene plek, want is dit wel een ruimte van gebed; is deze plek wel een garantie dat er geen kwalijke zaken jou meer zullen overkomen, want vertrouw je er niet te veel op dat God hier woont? Wat betekenen jouw offers, als je het verbond breekt door niet voor de arme, weduwe en wees te zorgen? Als je je offers doet, maar God verder niet in je leven toe laat, je niet leeft naar zijn Woorden van bevrijding?

Waar het ook in dit verhaal over de tempel om gaat, is dat Salomo gebouwd heeft voor God en zo wil hij voor eenheid van het volk wil zorgen. Die eenheid ging niet van een leien dakje. Uiteraard bij de inwijding van de tempel waren de oudsten, de stamhoofden, alle hoofden van een familie aanwezig. Zo symboliseerden zij dat het volk achter de bouw van een centrale plek van verering staat, waar Gods naam verblijf mag houden. Ik zeg hier met opzet Gods naam, want dat komt in de tekst voor en God gesproken heeft dat Hij in een donkere wolk wil wonen (vers 12), dus dat Gods aanwezigheid een mysterie is. Hij woont niet zoals wij in een huis wonen, maar de tempel laat iets van die aanwezigheid Gods zien. Zoals Israël in de woestijn God ervaren heeft in de wolkoverdag en een vuurkolom ’s nachts. God laat een tent van ontmoeting maken, zodat het een mobiel heiligdom wordt in de tijd van de uittocht, maar hier krijgt de aanbidding van God een vaste plek.

Begrijp me niet verkeerd: ik heb niets tegen de stad Jeruzalem of dat God op een centrale ontmoetingsplek aanbeden wordt, maar het gaat verkeerd, als je zegt dat dit dé plek is om God te vereren, dat dit dé ware kerk is, dat jij voor God dit huis hebt gebouwd, omdat jij daartoe het geld en de macht hebt – God is geen object dat jij voor politieke ambities kunt gebruiken of manipuleren. Een harde les die latere koningen zullen leren, dat je de schrijn van heiligheid niet voor de schijn kunt ophangen. God ziet naar het hart van mensen en God is er bij, ook nadat de tempel van Salomo in een ruïne is veranderd na de val van Jeruzalem in 587 voor Christus. Dan moet een deel van het volk Israël hun geloof in God hervinden, het verbond vernieuwen en zien dat God ook buiten die tempel vereerd kan worden. Dat het gaat om het verbond van het hart.

In de tijd van de Babylonische ballingschap zoeken ze naar vormen om hun geloofsidentiteit vast te houden. Wat doe je in een vreemde omgeving: integreer, assimileer of isoleer jij je? De profeet Jeremia schrijft aan de ballingen in Babylon (Jeremia 29,7), dat zij tot de Heer moeten bidden voor de stad, waarheen zij zijn weggevoerd. “Zet je in voor haar bloei, want de bloei van de stad is ookjullie bloei.” Deze woorden geven aan, dat zij moesten integreren: als je je isoleert, heb je geen contact met de stad, maar als je de gebruiken van je omgeving respecteert en je aanpast plus toch dat je eigen identiteit behoudt, zal het goed gaan en zal er vrede voor het volk bestaan. In deze tijd ontstaan er plekken van samenkomst: eerst bij mensen thuis, later ontstonden er speciaal ingerichte gebouwen, de synagoge, waar samen uit de Tora werd gelezen en geleerd en tot God gebeden. Elementen vanuit de synagoge heeft de kerk in de loop van de tijd overgenomen, zoals het lezen, horen van Gods Woord, het samen bidden. Wat ik in deze ontwikkeling zie, is dat er in tijden van verandering wordt gezocht naar nieuwe wegen in het Jodendom. Ook binnen de kerk zal er naar toekomst worden gekeken en gevonden. Dat stemt hoopvol.

Hoe geven wij vorm aan de dienst aan God? Zijn wij Hem gehoorzaam in ons leven? Hoe geven wij eenheid in verscheidenheid vorm voor Gods aangezicht, zodat het verbindend werkt en niet versplinterend? Waar het niet gaat om macht, politiek gewin, maar om leefplekken om ervaring met Gods rijk op te doen. Waar het gaat om God, jij en ik, om wij. Om in woord en daad vóór God te staan, zoekend naar: hoe kunnen wij Gods licht door ons laten schijnen en licht brengen, waar duisternis heerst? Voor deze uitdaging staan wij als gemeenschap, dat wij mogen laten zien uit welke bron wij mogen putten. Niet van zo moet het, maar zo kan het ook. Deze plek van samenkomst hebben we nodig, opdat wij onze eigen tempel voor de Geest (1 Kor. 6,19) opladen, rust geven om zo weer door te gaan. Om als levende huizen te zijn, waar Gods Rijk zal schijnen van nu tot in eeuwigheid. Amen.

Contactgegevens

Protestantse gemeente Grootegast/Sebaldeburen

Goede Herderkerk, De Gast 2, 9861 BM te Grootegast

0594-613073

Contact via email