Preek gehouden op 23 juni 2019, lied 653 U kennen, uit en tot U leven (coupletten 1, 2, 5 en 7)

Ds. Rina Mulderij

Gemeente van Jezus Christus,

Dit lied “U kennen, uit en tot U leven” is een zeer bekend en geliefd lied. Het lied is in het liedboekvan 1973 opgenomen. Geschreven door Ad den Besten op de melodie van het lied “Wie zich door God alleen laat leiden” (lied 905). Ook een prachtlied, gemaakt door Georg Neumark (1621-1681). Neumark heeft in de 17e eeuw geleefd en hij heeft het lied “Wer nur den lieben Gott lässt walten“in 1641 geschreven plus de melodie gecomponeerd. Georg Neumark was toen nog maar twintig jaar. Dat is best knap, dat je met zo‘n lied wijsheid en vertrouwen in God laat zien. De reden, waarom hij dit lied heeft opgeschreven, is minder mooi. Onderweg naar Kiel, in het noorden van Duitsland, wordt Georg als jonge student overvallen door een stel rovers. Hij heeft niets meer, want alles, nou ja bijna alles wordt hem afgestolen. Vergelijkbaar met als nu je mobiel en je pinpas worden gejat. Hij heeft alleen maar nog het beetje geld dat hij in zijn kleding had genaaid – dat deden ze in die tijd om nog wat achter de hand te hebben. Georg komt gelukkig, ook al is hij bijna berooid, in Kiel aan in een herberg. Hij legt zich met een kinderlijk vertrouwen neer, dat God zich ook nu wel over hem ontfermen mag, hem helpen en verzorgen zal zoals een Vader Zijn kind. Een predikant en een arts in Kiel nemen Georg onder hun hoede: ze zien wat in die jongeman. Ze helpen hem aan een plek als huisleraar en zo verdient Georg weer voldoende om zijn studie rechten te kunnen volgen. Uit dank voor dit geluk dat hem is toegevallen, schrijft hij dit lied. En dit lied wordt in de loop van de zeventiende eeuw een geliefd lied: er verschijnen verschillende liederen op deze melodie. Even een kleine anekdote: in het jaar 1675 beklaagt Neumark zich in zijn nieuwe liedbundel erover, dat enkele ‘van de zogenaamde grote dichters’ zijn naamschrapten en het lied als hun eigen werk uitgaven. Hij verhaalt over een gebeurtenis, dat op een keer een rondtrekkende deerne bij hem aan de deur kwam en het lied geheel verminkt en met twee ingelaste verzen voorzong. Georg Neumark vroeg haar: Waar heb jij dit lied vandaan? Zij gaf als antwoord: “Nou, van een zeer voorname Pfarrer, dominee, in Mecklenburg!”

Ad den Besten (1923-2015) heeft een eigen tekst op deze melodie van Neumark geschreven. Hij is in 1923 geboren in Utrecht en hij gaat theologie studeren. Hij ondergaat in die tijd de invloed van de protestantse theoloog Karl Barth. Den Besten groeide op in een naar eigen zeggendeutschfreundlich milieu. Gedurende de Tweede Wereldoorlog krijgt hij als theologiestudent met een gewetensconflict te maken: hij moet de loyaliteitsverklaring van de Duitsers ondertekenen, een erkenning van het gezag van de bezetter. Hij doet dat uiteindelijk toch, met voorbehoud: 'alleen voorzover in overeenstemming met mijn geloof in Jezus Christus'. Het is verbazingwekkend dat de Duitsers dit pikken en hem vrijstelling geven van de tewerkstelling in Duitsland. Al zijn vrienden die geen handtekening hebben gezet, moeten wel naar Duitsland. Na een innerlijke strijd besluit Den Besten met hen solidair te zijn. Hij meldt zich vrijwillig. Een dik jaar in 1943, 1944 is hij in Duitsland werkzaam in Berlijn en in Bautzen nabij Dresden bij de Oostenrijkse grens. Daar zal hij ook het failliet van de Nazi-staat hebben gezien en deze periode was voor den Besten zeer vormend: hij wordt snel volwassen. Ook leert hij de werken van de Nederlandse theoloogMiskotte kennen: “hij schrijft over het heidense karakter van de nationaalsocialistisch leer”. Ditblijft hem zijn hele leven bij. In de loop van de jaren vijftig wordt Ad den Besten gevraagd om voor het liedboek Psalmen en gezangen te dichten en/of te vertalen. Negentig liederen van hem staan in het liedboek van 2013. Een kenmerk van zijn liederen is: solidariteit met aangevochten medemensen, met hen die geen gerechtigheid in hun leven ervaren, terwijl ze de goede strijd strijden. Ook houdt Ad den Besten van de tegenstem: twijfel, wanhoop en pijn komen in zijn liederen voor zoals in “O Vader, trek het lot U aan” (995) en “Geef aan de wereld vrede, Heer”(1012). Bovendien moet het kerklied doorwerken door-de-weeks: “daar moet het wat gaan doen!”

Naast de gerechtigheid is het Den Besten ook om de spiritualiteit, de verticale dimensie in geloof, de relatie tussen God en mens te doen. Dat zie ik duidelijk in dit lied. Het lied heeft een belijdend karakter: Wie is Christus? Wat getuigt Hij over zichzelf? We herkennen elementen uit het Johannesevangelie. Den Besten heeft dit lied over de “Ik-ben-woorden” van Jezus geschreven:brood, water ten leven, licht van God, wijnstok en herder. Hij heeft de meest aansprekende, beeldende van deze woorden in dit lied gebruikt. Christus wordt hier aanbeden door de gemeente, die Hem op de verscheidene wijze noemt: “Gij zijt”. In het Duits wordt het woord “DU”gezegd om God aan te spreken en wat zou Den Besten dit tedere woord graag willen gebruiken in het Nederlands. “Nu zegt bijna iedereen U in zijn gebed tegen God; dat kan toch eigenlijk niet. Het is een burgerlijke beleefdheidsvorm.” Daarom vindt Den Besten het niet ouderwets, maar eigenlijk noodzakelijk om God aan te spreken met het enige woord dat ons na de verdwijning van "du" nog rest: Gij. “Anders trekken we de Heilige neer in onze burgerlijke sfeer.” Dus hoe spreek je als gewone gelovige intiem, betrokken met God, die geheel anders is? Mij komt het haast over als liefdestaal en het roept bij mij Hooglied op: hoe spreek je liefdevol met God, van aangezicht tot aangezicht?

In het lied gaat het ook om zin: welke betekenis geeft geloven in Jezus Christus jou? In het verlengde daarvan zit de relatie die je met Christus hebt. Dit komt al in het eerste couplet ter sprake: hoe kunnen we God, de Verborgene, kennen en uit en tot Hem leven? Er zit hier ook een schijnbare tegenstrijdigheid in: kunnen we God wel volledig kennen? Vaak is dat gedeeltelijk. Elk van ons heeft een partje kennis, ervaring met God en we hebben elkaar nodig als gemeenschap van Christus. Één druif maakt nog geen tros, één tros geen wijnstok. Het is belangrijk om te delen; in eerste plaats met Christus, want van Hem en uit Hem ontvangen wij voeding. De Schrift geeft ons directe toegang tot Hem. Dat vraagt om goed lezen: niet zo maar gaan lezen, maar neem Gods Woord met aandacht, met liefde tot je, dat je zo Christus wil leren kennen, zoals je dat in een liefdesrelatie doet, dat je de moeite neemt om veel, alles van je geliefde te leren kennen. Wat zegt een gedeelte uit de Bijbel over God de Vader, de Zoon en de Geest? Het gaat om die spirituele verbondenheid.

Ook leren we God kennen in de sacramenten van doop en Avondmaal. Vanwege het vieren van de Maaltijd van de Heer heb ik vandaag gekozen voor de coupletten over brood van God gegeven ende wijnstok van het leven. Deze twee wil ik zingend naar voren halen in onze gemeenschap van mede-rechtvaardige-zondaars, die het allen waard zijn om via brood en wijn Christus te ervaren, Hem zo diep, innig nabij te komen, dat wij in Hem zijn en Hij in ons. Het sacrament doet ons die verbondenheid proeven en maakt het ons eigen. Het brood is genoeg om van te leven. Net als in het Onze Vader ontvangen wij voldoende brood om iedere dag door te komen. Ook voor de eeuwigheid wordt ons zo veel leeftocht aanreikt, dat wij geen honger meer zullen hebben. We kunnen doorgaan, opdat wij in Gods Koninkrijk zullen leven.

Ook de wijn is van groot belang om ervan te kunnen bestaan, om in Christus te zijn. Ze komt van deze wijnstok af en verbeeldt de relatie die tussen Christus en ik en ons allen er is en ons verwarmt: het hartebloed dat door ons stroomt. Het element van groei, van gemeenschap en individueel komt hier ook bij kijken. Dat geeft zin, dat ons geloof vermeerdert, zoals het zaad dat in de goede akker valt (Marcus 4,8) of als de knechten die zich inzetten om de talenten van hun meester te verdubbelen (Mat 25,14-30). Waar gaan wij actief met ons geloof aan de slag? Waar laat jij je uitdagen om Jezus te leren kennen, om voor zijn goede boodschap te gaan? Zou jij deze week kunnen beginnen om stil te staan bij je gebeden tot God? Wat breng jij in gebed bij Hem? Dank je God voor wat Hij jou geeft in je leven? Of waar Hij goed heeft gedaan aan een ander die dicht bij je staat, wanneer deze ziek is of door een moeilijke tijd gaat? Soms lijkt geloven niet veel zin te hebben, als het niet direct resultaat oplevert. Geloven vraagt om onderhoud, om aan de relatie te werken en soms mag je iets van dit geheimenis ervaren, dat God dicht bij je is. Genadevol, liefdevol geeft Hij ons het leven, de adem om elke dag te bestaan, vervuld van kracht. Te leven in verbondenheid met Christus, die ook ons aan elkaar heeft gegeven op deze aarde, van nu tot in eeuwigheid, amen.

Contactgegevens

Protestantse gemeente Grootegast/Sebaldeburen

Goede Herderkerk, De Gast 2, 9861 BM te Grootegast

0594-613073

Contact via email