Preek gehouden op 24 februari 2019, 1 Petrus 1,3-12 belijdenisdienst

Ds. H.C. Mulderij

Gemeente van Jezus Christus,

In onze samenleving geldt dat je op je eigen verdiensten laat voorstaan. Dat je kunt laten zien: dit heb ík bereikt, voor elkaar gekregen. Dat levert competitie op tussen mensen. Een wedstrijd die niet heilzaam is, want dat maakt dat er winnaars en verliezers zijn. En waarom moeten bepaalde zaken breed uitgemeten worden: dat de één hier goed in is, een ander in iets anders. Sommige zaken laten zich niet langs de meetlat leggen, zoals liefde, geloof, zorgzaamheid. Laat staan dat je dit voor een wedstrijdje gebruikt, dat wie is de meest zorgzame, liefdevolle of beste gelovige.

Van geloof kan ik niet zeggen dat je het zelf in de hand hebt. Natuurlijk, je moet het wel onderhouden via lezen, delen en danken, bidden – niet per se in deze volgorde, maar als je jouw geloofsspieren niet traint, dan worden ze slap en ga je achteruit. Geloven is een gave van God. Een groot deel van ons krijgt vanaf het prille begin geloven met de paplepel binnen. Thuis lezen we dagelijks uit de Bijbel, op school krijgen we ook wat mee, zoals de Psalmverzen die de oudere generaties uit het hoofd moesten leren en maandags op moesten zeggen voor in de klas. En ook in de kerk, daar oefenen wij ons als gemeenschap in lof, dank voor God, krijgen we een boodschap mee, waar we de rest van de week, misschien wel heel ons leven mee verder kunnen. Verschillende mensen om ons heen hebben een duit in ons zakje gedaan. Daarin zijn diverse beelden van God te vinden en sommige spreken ons aan. Die maken we ons eigen. Je zoekt naar een manier, waarop jij jouw geloof handen en voeten geeft, zoals het gebed, voordat je jezelf te rusten legt of je maakt elke dag, ondanks alle hectiek tijd vrij om je aandacht op God te richten. Dat is het deel dat we zelf moeten doen, waar wij voor verantwoordelijk zijn.

Geloof is een geschenk, waarvoor wij ontvankelijk mogen zijn. Het is het ja van God voor ons. Het is de klop op de deur van ons hart. De vraag aan ons is: horen wij die ja, die klop? Het trof mij indit stuk dat de schrijver in Petrus’ geest schrijft over ‘opnieuw geboren worden’ (vers 3). Je leest er zo gemakkelijk over heen. Zo van: ja, ja, dat gaat over de doop, die de meesten van ons hebben ondergaan. Opnieuw geboren worden is geen eigen verdienste of iets dat in onze macht ligt. Vergelijk het eens met geboren worden van een nieuw mensenkind: daar kunnen wij geen invloed op uitoefenen. Zowel de moeder als het kind bepaalt niet, wanneer de weeën beginnen en wanneer er geboren wordt. Het kind vraagt er niet om of het gebaard mag worden: het komt, als het goed is, wanneer de tijd daar is. Zo kun je dat ook zien met bekering als opnieuw geboren worden. Als wij al niet eens onze eigen geboorte kunnen plannen, dan geldt dat ook voor het nieuwe leven in Christus. Dat levert een nieuwe blik op tot geloof komen.

God roept ons op om op te staan met Jezus Christus uit de dood. Dat is een proces dat wij niet zelf actief kunnen doen. Je kunt studeren, bidden, goed doen wat je wilt, maar het is niet aan ons, dat wij geloof helemaal zelf voor elkaar kunnen krijgen. Net als de profeten in dit stuk (verzen 10-12) kunnen zij er alleen maar over profeteren, maar niet zelf achterhalen, wanneer die genade doorgang zou vinden. Ze zouden dat graag willen weten, maar dat is niet in hun macht of zoals Jezus het zelf zegt: van die dag weet alleen de Vader (Matteüs 24,36). Geloof ligt niet in onze macht, alsof het iets is dat wij kunnen verwerven zoals een auto of iets anders materieels, dat we met hard werken voor elkaar kunnen krijgen. Dat maakt geloof voor sommigen lastig, want het is om niet gegeven. Het is iets, waar wij niet om gevraagd hebben, net als geboren worden.

Dat maakt van geloven dat het geen prestatie is, iets waar je trots op kunt zijn. Geloven is geen ding, dat je kunt verwerven, maar alleen maar kunt zijn. Geloven houdt niet in dat jou niets slechts meer zal overkomen: de weg van geloven gaat niet over rozen. Naast vreugde is er verdriet, lijden dat gebeurt. Geloven wordt beproefd te midden van dit alles. Dat is een gegeven realiteit, waarmee we allen te kampen hebben en waar wij in alles ons mogen vertrouwen op Gods trouw, die niet los laat het werk van zijn handen. Geloven gaat om dat we Gods nabijheid in alles op het spoor komen, dat we daarin de redding mogen vinden, het einddoel van geloof. Dat wij achter ons laten, wat ons niet dichterbij God brengt, dat wij ons laten snoeien zoals de wijnranken in Christus (Johannes 15,1-8), opdat wij groeien naar God toe.

Die redding, daar verhaalt de anonieme schrijver in Petrus’ naam over als het doel, waar wij ingeloof naar onderweg zijn. Op die weg krijgen we te maken met vallen en opstaan, sterven van het oude en het ontvangen van nieuw leven in Gods naam als zijn gezalfden. Het is de wil van God dat je in jouw leven Hem op dat spoor komt en dat jij in dat spoor verder gaat. De Geest hebben we daar ook bij nodig, dat die ons drijft, wanneer we moedeloos zijn geworden. Dat God ons zijn kracht schenkt om door te gaan in het ja, dat wij op God zeggen. Zo komen we dichter bij het einddoel van geloof: dat God ons redt en dat wij mogen leven als bevrijdde mensen. Het is bijzonder om te merken dat die roep van God in Jezus Christus niet let op leeftijd of op de situatie, waar iemand in verkeert. Vandaag horen wij een ja op het ja van God van jou, Klaas Jan. We hopen dat God het ook aan anderen schenkt, dat zij hun hart open stellen voor de God die redt, opdat de dood niet het laatste woord heeft, maar het leven. Zo willen wij achter Jezus aan gaan. Amen.

Contactgegevens

Protestantse gemeente Grootegast/Sebaldeburen

Goede Herderkerk, De Gast 2, 9861 BM te Grootegast

0594-613073

Contact via email