Preek gehouden op 23 september 2018, voor PG Grootegast-Sebaldeburen, doopdienst, Marcus 9,30-37 (Bijbel in Gewone Taal)

Gemeente van Jezus Christus,

Typisch is het niet, dat wanneer Jezus spreekt over het lijden, sterven en opstaan van de Mensenzoon dat de leerlingen over wat anders beginnen? Ze spreken liever uit angst over dat wat kracht, macht uitstraalt dan dat ze Jezus vragen: wat bedoel je met die woorden van uitleveren en doden? Sluiten ze hier niet de ogen voor de kwetsbaarheid, die de weg van Jezus Messias met zichmee brengt? Waar het gaat om Jezus’ verbondenheid met ons bestaan: een bestaan dat vanaf het begin zorg, omzien naar, liefdevolle aandacht nodig heeft. Een bestaan dat ook door lijden gekenmerkt wordt: zonder pijn komen kinderen niet ter wereld en zonder verdriet verlaten we deze aarde niet, want we zullen gemist worden, zoals we ook zelf als achterblijvers uit liefde die mensen missen, die eerder dan ons overleden zijn. Of waar we geschokt zijn door het ongeluk, waar vier jonge kinderen deze week in Oss het leven lieten. Een lijf dat niet meer doet wat jij wilt of waar het elke dag weer zoeken is naar: hoe kom ik er vandaag weer door?

Met kwetsbaarheid hebben we een dubbele houding: we willen wel en we willen niet. Om ons heen zien we mensen die zich krachtig presenteren, maar dat zijn vaak mensen die muren om zich heenhebben opgetrokken, want daar kan niemand hen raken. ’t Is haast een mantel van goddelijkheid die ze om zich heen hebben gedaan, want niets of niemand kan of mag hen kwetsen, maar zijn dit voorbeelden van menselijkheid? Dat hun macht telkens weer bevestigd moet worden door spierballentaal en met wapengekletter? Maar waar we ook zien dat de keizer geen kleren aan heeft, maar dat niemand dat durft te zeggen, want anders is het de kop eraf.

De kwetsbaarheid, die Jezus aan zijn leerlingen laat zien, stuit op een muur bij hen. Ze hebben het liever over wat anders dan spreken over Jezus’ dood en meestal ‘vergeten’ ze de opstanding na driedagen. Maar kunnen wij daar soms ook niet moeite mee heben om dit onder ogen komen? Dat wij haast niet de waarheid willen zien en dat het dan gemakkelijker lijkt om het over wat anders te hebben, dan over dat wat onvermijdelijk is: dat we allemaal met verlies van een lieve dierbare te maken krijgen, met wie we een band hebben opgebouwd vanaf het begin of later in het leven? Die kwetsbaarheid komen we ook tegen bij pasgeboren kinderen – ze roepen in ons iets wakker, namelijk dat we zorgen, dat wij geroepen worden tot liefde geven, opdat ze een goede start in het bestaan zullen ontvangen en uitgroeien tot liefdevolle mensen die zich op een goede wijze met kwetsbaarheid weten te verhouden.

In de tijd van Jezus en voor sommige culturen geldt dit helaas nog steeds, stonden kinderen op een tweede of een nog lagere plaats. Er was een houding dat ze eerst maar eens volwassen moesten worden – als ze dat al zouden redden met de hoge kindersterfte van die tijd. Kinderen hadden geen rechten: ze waren totaal afhankelijk van hun ouders en dan vooral van de vader die bepaalde of hijwilde dat een kind bleef leven. In de oudheid was het gebruikelijk dat een zwak of gehandicapt kind buiten werd neergelegd om te sterven en dat gebeurde ook wanneer de vader liever een jongen dan een meisje wilde. Dat is best schokkend om te horen, dat deze praktijk voor kwam. Dat je met kinderen zo kon omspringen als jij wilde, omdat ze niet op de eerste plaats stonden.

Maar hoe ver staan ook wij hier niet van af? Waar de tablet als zoethoudertje wordt gegeven? Waar kinderen weg worden gestuurd, terwijl ze een hut willen bouwen in de natuur – iets dat ik ook heb gedaan vroeger, klimmen in bomen en dat je een eigen speelplek maakt met buurtkinderen? Waar kinderen letterlijk het kind van de rekening worden bij een vechtscheiding – vast tussen ouders aan wie je beiden loyaal wilt zijn, maar waar je voor één moet kiezen. Waar een verslaving als belangrijker wordt gezien of een nieuwe liefde die alle aandacht krijgt en dat kinderen dan hinderen. Of waar kinderen op een bepaalde plek geweerd worden, terwijl ze er ook bij horen. Ook bij ons, in deze gemeenschap van Jezus Christus zijn kinderen welkom en dat willen we ook met elkaar uitstralen.

Jezus wil de onderlinge competitie, waar ook wij in meer of mindere mate bloot aan staan, beëindigen en dat doet hij met een beroep op de kwetsbaarheid van een jong kind. Hij draait het om en zet de leerlingen aan het denken door een kind in het middelpunt te zetten en het te omarmen. Het gaat met het volgen van Jezus niet om wie is de belangrijkste, maar wil je belangrijk zijn, heb dan oog voor wie kwetsbaar zijn, voor mensen die wij zo snel over het hoofd zien. Weet elkaar te dienen in wat de ander nodig heeft om te kunnen leven. Ook hier is het geen wedstrijdje in wie kan het beste zich op de laatste plaats zetten – in die ratrace willen we niet stappen en daartoe nodigt Jezus ons zeker niet uit! Tijdens de voorbereiding kreeg ik een mooi voorbeeld voorgeschoteld van een Nederlands hoogleraar Gijsbert Voetius uit de 17e eeuw, een tijdje geleden, maar het spreekt tot de verbeelding. Voetius kreeg op een dag een buitenlandse delegatie op bezoek. Hij liet deze mensen wachten, omdat hij nog catechisatieles aan weeshuiskinderen gaf: hij zette deze kinderen op de eerste plek boven de belangrijke mensen uit het buitenland. Dat is mooi toch?

En hoe zit dat met ons? Zetten wij het kwetsbare, ook die van onszelf, op de eerste plaats? Of blijven we liever vast zitten in de wedstrijdjes die onderlinge relaties doen afbreken en die Gods koninkrijk willen neerhalen? Of zien we door alles, de hoogte- en dieptepunten heen dat ook God daar bij ons is: bij het lijden, het sterven en daar aan voorbij, ook al is dat niet eenvoudig, ook al gaat dat soms met weerstand en tegenslag gepaard. Maar zit er niet een kracht ten leven in, dat wij door het aanvaarden van het lijden mogen ontdekken, geloven, belijden dat Jezus Christus de Opgestane Heer is en op die wijze ook bij ons is? Daar mogen wij van jongs af aan mee vertrouwd raken, zoals wij ook zo meteen in de doop mogen ervaren dat God er is vanaf het begin bij is, ook bij Marije, die op ons allemaal een beroep doet, om haar met Jezus te verbinden, net zoals ook wij met Jezus een band hebben opgebouwd via de mensen die ons bij hem hebben gebracht. Plus dat wij Jezus ontmoet hebben in de mensen die kwetsbaar zijn, die een arm om de schouder, een lief woord, een steuntje in de rug mogen ontvangen van ons. Wie dat voor de minst belangrijke mensen doet, heeft dat gedaan voor Jezus en niet alleen voor hem, maar ook voor God die Jezus gestuurd heeft. Mogen ook wij met Marije, met al die kinderen en kwetsbare mensen dit meemaken, dat onze God ons zo nabij is gekomen in Jezus, dat Hij mee lijdt, met wie lijdt, dat Hij mee huilt, met wie huilt; dat Hij zich zo kwetsbaar als een mensenkind heeft gemaakt, om zo dichtbij te zijn, dat ons hart geopend is voor hem, opdat wij Jezus ten diepste liefhebben. Amen.

Contactgegevens

Protestantse gemeente Grootegast/Sebaldeburen

Goede Herderkerk, De Gast 2, 9861 BM te Grootegast

0594-613073

Contact via email