Preek gehouden op 24 juni 2018, Marcus 4,35-41

Ds. H.C. Mulderij van Protestantse Gemeente Grootegast-Sebaldeburen

Gemeente van Jezus Christus,

Het is lekker gemakkelijk om vandaag de leerlingen neer te halen. Begrijpen zij nu nog steeds niet wie Jezus is? Na vele genezingen, na uitleg in gelijkenissen over hoe het Koninkrijk van God zal zijn, waar zij met hun neus boven op hebben gezeten, grijpt de paniek hen bij de keel in een donkere nacht, waar een uitzonderlijk hevige storm over hen heen komt en Jezus ligt te slapen. Te slapen,nota bene! Alsof het hem niets kan schelen... en nadat Jezus de wind en het water tot stilte heeftgemaand, is er grote schrik onder hen, want wie is hij toch dat wind en water hem gehoorzamen? Voor hun ogen verricht Jezus een wonder en dan nog: ze beseffen niet wie Jezus is.

Als lezer, als hoorder van dit verhaal zijn we bekend met het hele levensverhaal van Jezus, van begin tot aan het eind en voorbij het einde. Wij hebben een voorsprong op de leerlingen op dit punt in het verhaal. Zij kunnen niet enkele pagina’s verder bladeren; zij hebben nog een hele weg met Jezus af te leggen, waar ze zullen groeien en ook struikelen en Jezus loslaten en hem herkennen na opstanding. Ze leven hier en nu met Jezus en via hun ervaringen merken ze wie Jezus is. Dat dit stapsgewijs, met geloof en ongeloof, met bouwen en afbreken gepaard gaat, wordt ons duidelijk. Tussen beide polen in bewegen zij. Soms worden ze heen en weer geslingerd, alsof ze slechts figuranten zijn op een toneel dat speciaal voor Jezus is opgezet.

De leerlingen hebben vragen over Jezus en telkens, vaak na een indrukwekkende ontmoeting of gebeurtenis, staat hun idee, hun begrip van Jezus, van wie ze nu eens dit, dan weer dat te weten komen, dat staat voor hen ter sprake. In deze hoofdstukken voor de kruisiging en opstanding denken ze het te weten en dan valt er iets voor, dat hen aan het denken zet, dat hen doet twijfelen.‘We hadden Jezus in dit kader gezet, maar daar past ie nu niet meer in. Hmmm.... Wat moet ik daarnu weer van denken?” Ook als je de woorden van Jezus over hen hoort – Waarom hebben jullie zoweinig moed? Geloven jullie nog steeds niet?” – dan kun je het idee krijgen dat Jezus hen op hun plek zet, want hebben ze het nog steeds niet door?

In deze woorden van weinig moed, nog steeds niet geloven zie ik meer een uitnodiging om te groeien, om verder met Jezus te gaan. Je hoeft niet af te geven op die leerlingen, maar zij houden jou en mij een spiegel voor. Ook wij worden heen en weer geslingerd in ons geloof in Jezus. Ik denk dat ik het ook lastig zou hebben gevonden, dat ik moeite zou hebben gehad, wanneer ik op deze manier met Jezus contact zou hebben. Zou ik het geloofd hebben, als ik het met eigen ogen en oren zou hebben ervaren? Ik weet het zo net nog niet, wat ik gedaan zou hebben. Waar ik in ieder geval niet voor zou hebben gekozen is blinde aanbidding – daar ben ik zelf wat argwanend in, als mensen blind achter iemand aan gaan.

Nu weet ik ook dat de evangelist Marcus schrijft in een tijd dat de aardse Jezus lang en breed achter zich ligt. Hij schrijft voor een publiek dat weet dat Jezus is opgestaan en ten hemel is gevaren. Hij schrijft voor mensen, die Jezus ervaren als hij is er – in de hemel – maar anders dan een concreet mens van vlees en bloed. Ook wij leven met deze opvatting, dit geloof, dat Jezus er is, maar soms bekruipt je het idee, een gevoel van: is hij er wel? Zeker als je door een donkere periode, door moeiten heen moet, wanneer je aangevochten wordt, waar niets vanzelfsprekend is, waar het zo slecht met deze aarde, met al die oorlogen, ziekten, onderlinge verdeeldheid, slechte verdeling van welvaart, rijkdom, waar kinderen van hun ouders worden gescheiden – dan vraag je je wel eens af: en waar is God dan? Net als de leerlingen zie je dat de boot vol met water komt, dat je kopje onder dreigt te gaan en dan ligt Jezus te slapen? Interesseert het hem dan wel of wij vergaan? Dat gevoel herkennen ook wij, net als die leerlingen en het eerste publiek van de evangelist Marcus, dat het kan lijken dat Jezus geen zorg om ons heeft, terwijl we haast ten onder gaan aan de nacht met een hevige storm, waar we in het gezamenlijke bootje van onze kerk of individueel voor staan, dat Jezus slaapt, afwezig lijkt te zijn.

Het gaat om dit gevoel, dat Jezus er niet voor jou lijkt te zijn, wanneer je hem het hardst nodig hebt. Dat hij ver weg lijkt. In de loop van de geschiedenis hebben uiteenlopende mensen met dit gevoel gekampt, er mee lopen worstelen en misschien ben jij het zelf wel, die denkt: “die Jezus, dieGod laat me hier alleen maar aanmodderen, laat mensen in de steek. Kan het hem wel schelen dat ik hier verga, dat ik hier lijd?” Met die wanhoop, die paniek van kopje onder gaan in het grote geweld, dat jou kan treffen, komt ook die vraag op naar wie is God, wie is Jezus? Wie is Hij, die zegt dat Hij er voor mij, voor ons is, maar die ook zo ons verlaten kan doen voelen in dit bestaan? Met dit mysterie, dat we niet met ons brein kunnen verstaan zoals een soort binaire code, of dat één en één twee maakt, daarmee laat God zich kennen in de verbeelding van dit verhaal. Veel schuilt er achter de horizon van het verstaan, van dat wat voorbij het woordelijke is. Dit verhaal doet een beroep op onze verbeelding, op onze wijze van geloven, dat ook al slaapt Jezus, dat wij met hem aan boord mogen hopen op een goede afloop. Dat ook al lijken wij door God verlaten, dat dit niet het einde hoeft te betekenen.

Dit vraagt om moed, om vertrouwen. Dat we die weg met God gaan, ook al zien we Hem niet, ook al horen wij Hem niet, ook al voelen we Hem niet. Soms kan dat gevoel lang duren zoals Teresa van Avilla uit de zestiende eeuw (1515-1582) die twintig jaar lang in het klooster geen enkele ervaring met God had, maar ze bleef volhouden tegen beter weten in, dat God er is, ook al ervaart zij tegenslag, worstelt zij met haar geloof. Zouden wij nu nog dat geduld en die volharding kunnen opbrengen? Of kunnen we zien, waar er maar één paar voetstappen in het zand staan, terwijl we altijd het idee hadden dat we samen met God op liepen in het leven? Geloof zit hem niet in de zekerheden die in steen gebeiteld staan, alsof dat de waarheid zou moeten zijn. Maar het zit hem in het op zoek gaan naar wie Jezus is, wat hij voor ons betekent. Om die weg te gaan met moed, om volwassen te worden, dat je soms met moeite verder gaat, dat je graag, soms te gretig wat van dat geloof zou willen hebben, dat je het kunt vinden in met het mededogen voor jezelf en een ander hebben, dat je een mens van vlees en bloed bent. Een mens die tussen geloof en ongeloof een weg zoekt, al tastende, al voorzichtig verder gaand, om van begin naar het eind een pad baant, verdwaald en weer gevonden wordt – laat ons daar moed uit putten om Jezus te leren kennen, vandaag ook in brood en wijn, om verder op leeftocht te gaan, heel ons leven lang. Amen.

 

Contactgegevens

Protestantse gemeente Grootegast/Sebaldeburen

Goede Herderkerk, De Gast 2, 9861 BM te Grootegast

0594-613073

Contact via email