Preek, gehouden op Eerste Paasdag 1 april 2018 voor PG Grootegast-Sebaldeburen, Johannes 20,1- 18

Ds. H.C. Mulderij

Gemeente van Jezus Christus,

Ik zie, ik zie wat jij niet ziet en de kleur is.... Iedereen heeft dit spelletje wel eens gespeeld, toen jeklein was en wanneer autoritten lang duren. Of om kinderen uit te dagen: wat zie jij in de omgeving? Soms is het gemakkelijk te raden, maar er zit soms ook iets bij, waar je moeite voor moet doen, voordat je het gevonden hebt. Soms kun je bepaalde dingen niet zien. Dat overkomt mij ook wel eens: zoals op vakantie dat je de schaar niet kunt vinden en je haalt de hele tent over hoop en dan ligt ie recht onder je neus. Frustrerend is dat en dat gebeurt iedereen wel eens, niet waar? Iets anders niet kunnen zien, kan ook te maken hebben met dat je iets nog nooit hebt gezien. Zo gaat het verhaal dat de oorspronkelijke bewoners van Latijns Amerika nog nooit de zeilen hadden gezien van de zeilboten van de conquistadores, Spaanse veroveraars en dat leverde verwoestende gevolgen op, dat een groot deel van deze volkeren niet bestand waren tegen de ziektes en tegen de agressiviteit, waarmee deze conquistadores te werk gingen om het goud te roven.

Ook kan er wel eens wat langs ons heen gaan. Selectieve aandacht heet dat. Ik kan dat het best via een filmpje laten zien. [> filmpje tot 1:02 minuut laten zien: https://www.youtube.com/watch?v=vJG698U2Mvo] Mag ik vragen wie de persoon in gorillapak in eerste instantie niet heeft gezien? .... Wetenschappers Daniel Simons en Christopher Chabris hebben via een experiment aangetoond dat wij tamelijk blind zijn bij het waarnemen van dingen. Even voor de mensen van de kerktelefoon: ze lieten proefpersonen kijken naar dit filmpje over basketballers. De mensen moesten tellen hoe vaak de bal werd overgespeeld. Tijdens het spel liep op een gegeven moment een persoon met een gorillapak tussen de basketbalspelers en het klopte daarbij paar keer op de borst en verdween daarna uit beeld. Dat kun je niet missen, zou je denken. Maar wat bleek: na afloop werd aan de proefpersonen gevraagd of behalve het tellen van het aantal keer dat de basketballers hadden overgespeeld, hen ook iets was opgevallen. Maar liefst zestig procent van de proefpersonen had de persoon in gorillapak niet gezien. Zo’n experiment heeft ook een Nederlandsprogramma als Mind-* uitgevoerd, dat je soms niet ziet, wat er onder je ogen gebeurt. Dat je ziende blind bent. Dat kan, omdat je jouw brein vol met iets hebt zitten, met een taak bij voorbeeld, dat je dan iets nieuws of iets anders niet mee krijgt, dat je maar een halve waarheid wilt of kunt zien...

Zien komt in het Paasevangelie sterk naar voren: om de paar regels zien we van alles gebeuren en ook de drie hoofdpersonen naast Jezus zien van alles. Aan het begin van de week viel mijn oog op, dat er in de Griekse tekst maar liefst drie verschillende werkwoorden voor zien worden gebruikt. Ik vind het jammer dat dit in de Nederlandse vertaling eruit vertaald is, want elk van deze werkwoorden toont de stadia aan van hoe Maria van Magdala, Petrus en de geliefde leerling verder in geloof in de opstanding groeien. Voor mij ligt er vergelijkbaar met de Paasboodschap die Maria moet overbrengen aan de leerlingen, een taak om dit duidelijker voor jullie te maken.

Het begint al vroeg in de ochtend. Maria weet, terwijl het nog donker is, de steen al te onderscheiden, die het graf afgesloten had. Maar die steen is weggehaald van de opening. Het graf is open en ze trekt snel haar conclusies: grafroof! En ze haast zich naar Simon Petrus en de andere leerling, van wie Jezus veel hield. Met deze actie zet zij deze twee leerlingen in beweging: zij willen met eigen ogen zien, wat Maria heeft gezien. Klopt het wel wat ze zegt of heeft zij het bij het verkeerde eind? De geliefde leerling komt als eerste aan bij het graf: hij ziet de linnen doeken liggen, waarin Jezus begraven is. Net als Maria in eerste instantie ziet hij met zijn ogen de bewijsstukken. Het gaat hier dus om kijken met de ogen, dat wat je via de zintuigen kunt waarnemen: namelijk de buitenkant van dingen om je heen.

Daarna komt Petrus aan en hij gaat het graf in. Hij ziet ook, maar hij doet dat op een onderzoekende manier, net als een detective. Petrus ziet de details in het graf. “Die linnen zijn er niet haastig in eenhoekje gegooid en “de doek die Jezus’ gezicht bedekt had”, die ligt apart. Iemand heeft de moeite genomen om deze netjes op te rollen. Hmmm... hier is iets anders aan de hand. Maar wat?” Ook Maria, als ze weer bij het graf terug is, ziet net als Petrus: ze schouwt het graf met de engelen én ze beziet Jezus, maar zij ziet hem aan voor een tuinman. Beide elementen vind ik zeer bijzonder en zeg nou eens eerlijk: wie van ons heeft wel eens engelen gezien? Dat zou jou toch opvallen? De reden dat Maria Jezus niet kan zien, zou volgens sommige uitleggers te maken hebben met dat Maria door de tranen heen Jezus niet ziet, maar dat is volgens mij niet goed mogelijk. Maria weet namelijk niet hoe Jezus na de opstanding er uit ziet. Ze kijkt naar de buitenkant. Ze heeft haar gedachten bij delaatste momenten van Jezus’ leven: haar staat het sterven van Jezus aan het kruis voor ogen. Datbeeld neemt haar helemaal in beslag. Ze weet dat Jezus dood is, ze beseft het nog niet, dat het anders is. Het is voor haar ondenkbaar: ze begrijpt nu nog niet dat Jezus moest opstaan. Dat besef, dat geloof is nog niet in haar hart gedaald. Dat is de reden dat ze ziet en Jezus niet herkent.

Dat gebeurt pas bij het derde zien, dat trouwens ook de geliefde leerling doet, wanneer hij het graf in gaat, maar ook zijn zien is nog niet volledig: dat komt later pas. Als dat wel het geval was geweest, dan waren Petrus en hij haastig naar de andere leerlingen terug gegaan om hen te berichten dat Jezus was opgestaan, maar dat doen ze niet: ze lopen terug naar huis. Dat is voor mij een aanwijzing, dat het beginnetje is er, maar het is nog niet volledig. Voor die boodschap van opstanding komt Maria te pas.

Na haar vraag aan ‘de tuinman’ hoort Maria haar naam. Dit zet haar in beweging. Tot in het diepst van haar hart wordt Mariam geraakt. Ze draait zich om en spreekt de naam vol betekenis uit:“Rabboeni! Mijn meester!” Dit is het moment van openbaring, van werkelijke opstanding, die met het hart gezien wordt. Opstanding heeft niet met je ogen, je oren, je brein te maken, maar met ons hart. Ons hart weet wie Jezus is, dat hij door God is opgewekt tot nieuw leven. Alleen met je hart kun je goed zien en het herkent degene die ons liefhad en liefheeft, ook door de dood heen. Deze boodschap van Pasen, van de doortocht, hoeven we niet met onze ogen te zien of dat we er een foto van kunnen maken als bewijs voor, dat het echt gebeurd is. Maar opstanding is daar, waar je Jezus in je hart toe laat, dwars door de dood heen. Over dit zien schrijft Johannes de evangelist, wanneer hij zijn hoorders en lezers duidelijk wil maken, dat zelfs niet de eerste getuigen een voorsprong op ons hebben. Wij moeten eeuwen later het doen met slechts de verkondiging van Pasen. Wij kunnen niet zien, wat zij hebben gezien, maar we kunnen het wel zien met ons hart, de zetel waar ook het nieuwe leven in Gods naam wil plaatsnemen, opdat ook wij samen met Jezus Messias zijn opgestaan en leven zoals God het voor ons bedoeld heeft. Leven dat ons wil bevrijden van het donker van de dood, opdat wij vrij zullen zijn, opdat wij ja zullen zeggen op de boodschap dat “mijn Vader ook jullie Vaderis, mijn God, die ook jullie God is.”

Met die Paasboodschap van de Opgestane gaat Maria naar haar broeders en zusters, dus ook naar ons. Dat zal niet eenvoudig zijn geweest, maar ze heeft hen in beweging gezet en hopelijk ook jou met de woorden: “Ik heb de Heer gezien!” Ook wij zijn of zullen – want geloven is een werkwoord van groeien, bloeien, snoeien en verder gaan – ook wij hebben doorlopen die verschillende stadia van zien met de ogen, iets beter kijken, schouwen en uiteindelijk zien met het hart. Zoals ook detwee leerlingen die naar Emmaüs gingen (Lucas 24,32), het zeggen: “Brandde ons hart niet toen hijonderweg met ons sprak en de Schriften voor ons ontsloot?” Ook wij krijgen zo nu en dan in onsbestaan een tipje van de sluier opgelicht en zo roept God ons bij onze naam. Huub Oosterhuis heeftdat verwoord het bekende ‘zien – soms even’.

ZIEN
Dit dat ja nee voortjagend voortgedreven niet kunnen willen toch zo moeten leven overal nergens niemand op het spoor. Dan jij, ik hoor je stem. Ik zie – soms even.

Geloof in opstanding vraagt niet om zekerheden, die je in steen kunt beitelen en vasthouden. Geloven vraagt om zien met het hart. Dat Gods liefde niet te stoppen is – zelfs de dood maakt die liefde niet te niet. Ongrijpbaar komt die liefde ons nabij en laat zich zien: soms. Even. En draagt ons, heel ons bestaan. De Heer is waarlijk opgestaan. Halleluja! Amen.

Contactgegevens

Protestantse gemeente Grootegast/Sebaldeburen

Goede Herderkerk, De Gast 2, 9861 BM te Grootegast

0594-613073

Contact via email