Preek, gehouden op 26 november 2017 in PG Grootegast-Sebaldeburen: Psalm 34,12-23

D o o r d s . H . C . M u l d e r i j

 
Gemeente van Jezus Christus,
 

Ons bestaan is niet zo zwart/wit zoals deze Psalm het ons voorschotelt. We kunnen de wereld niet zo maar verdelen in goede en slechte mensen. Zelfs onszelf kunnen we niet door midden snijden in een rechtvaardig en een kwaad deel. D ie grens valt niet zo scherp te trekken. We leven met vele tinten die tussen zwart en wit vallen. Waar we met lijden in ons leven te maken krijgen, zoals ziekte die zich manifesteert. Waar we nood erva ren, waar een ge liefde zo plots uit het leven is weggerukt. In de krant Trouw van vorig weekend ( 18/11/17: bijlage Tijd ) stond een interview met de ouders die hun zoon Pim aan een verkeersongeluk verloren hadden en dat heeft bij mij een indruk achtergelaten. Elke dag denken ze aan hem én aan de man die de vrachtwagen bestuurde op het moment van het ongeluk – hij is er inmiddels ook al niet meer. De ouders van Pim gingen met deze man , genaamd André, in gesprek, twee dagen na het noodlottig ongeluk… je zult e r maar de kracht voor hebben ontvangen om dit te doen en te zien dat deze chauffeur ook onder dit ongeluk lijdt . André is net zo goed als Pim slachtoffer, omdat hij Pim als eerste heeft gezien . Het is heel wat dat de vader van Pim in de rechtbank vrijspraak voor deze man heeft g evr a ag d en dat ze als gezin niet langer in wrok willen leven. Hoe moeilijk dat ook kan zijn… Het contact met de chauffeur heeft deze ouders lucht gegeven om het verlies van hun zoon te verwerken en om er als gezin over Pim t e blijven praten. Hoe zwaar het ook is, want “het verwerkingsproces gaat nog steeds door.”

Rouw is hard werken. Het is zoeken naar een manier om te overleven, waar soms letterlijk alles overhoop is gehaald en niets meer vertrouwd lijkt te zijn. H et is lev en onder een ander gesternte – dat van verdriet, gemis en soms ook dankbaarheid dat een geliefde vrede heeft mogen vinden… Allemaal zijn we mensen die mensen verloren hebben . W e missen hen in het diepst van ons hart, waar we voor een kloof staan en in de afgrond van de dood kijken . Dat is hard en soms overvalt het je en weet je niet meer tot wie je moet richten. Dan lijkt er maar één adres te zijn voor jouw nood, jouw verdriet, om weer een dag te overleven … B innen christelijk geloven noemen we dat adres God. De ze Psalm verwoordt het als volgt: God ziet en hoort de ellende én Hij is gebroken mensen nabij . Dat kan jou hoop en troost geven, dat er altijd Iemand is die naar jou blijft omzien.
 
Tegelijkertijd wil ik deze Psalm ook realistisch noemen: de dichter verbloemt het niet, dat als je maar goed doet, kwaad vermijdt en naar vrede streeft, dat er dan geen kwade dingen jou meer zullen overkomen. De rechtvaardige blijft niets bespaard… Dat is ook de ervaring die wij allen met leven hebben: met vallen en opstaan, me t teleurstelling en verdriet gaan we het bestaan door en zoeken we naar wegen die ons gericht houden op de goede jaren. Dat je te midden van de dood zicht op leven houdt, dat er in de nood ook bevrijding van Godswege mogelijk is. Dat , dat wat het einde lijkt, dat niet hoeft te zijn. Redding is er voor wie bij God schuilen, wie onder zijn vleugels een thuis zoeken (Psalm 91,4 ; Ruth 2,12).
 
Het contact met God geeft ons lucht in benauwde tijden; is als een licht in het donker. Het verschaft ons een houding in wat het ook maar is dat ons wil raken . E r is een plek waar wij vrij zullen z ijn van het geraas, vrij van kwaad. Daar is God ons nabij. Vanuit die hoop mogen wij leven dat – hoe je weg ook zal zijn – dat je vertrouwt op een goede afloop, dat er bevrijding in woord en daad zal komen, dat kwaad ons niet verteert. Dat wij zo door het leven gaan:
Maak mij een werktuig van uw vrede,
 

waar haat is, dat ik liefde ben,

vernedering dat ik daar zal vergeven,å

waar tweedracht, dat ik eenheid breng,
 
waar dwaling is, laat mij daar waarheid spreken,
 
waar twijfel, dat vertrouwen komt,
 
waar wanhoop heerst, dat ik daar hoop breng,
 
waar het duister, daar zij het helder licht.
 
Dat ik niet kom om troost, maar om te troosten.
 
Dat ik niet vraag om liefde maar zal geven.
 
Want in het geven is het ontvangen,
 
in sterven staat het leven op.
 
(lied uit: Zangen van Zoeken en Zien; bewerking van gebed om vrede van Franciscus van Assisi:

http://kerkliedwiki.nl/Maak_mij_een_werktuig_van_uw_vrede)

Zo zullen wij bevrijd verder gaan en leven opgestaan in liefde .
 
Amen.

Contactgegevens

Protestantse gemeente Grootegast/Sebaldeburen

Goede Herderkerk, De Gast 2, 9861 BM te Grootegast

0594-613073

Contact via email