Preek, gehouden op 22 oktober 2017 voor de Protestantse Gemeente Grootegast en Sebaldeburen, Jesaja 45,1-7

D s . H . C . M u l d e r i j

Gemeente van Jezus Christus,
 
Je kunt nooit weten hoe een koe een haas vangt. Dit spreekwoord lijkt wel op deze tekst van Jesaja van toepassing. Voor het originele gehoor van Jesaja en latere zowel joodse als christelijke hoorders zullen bij deze tekst vreemd hebben opgekeken: hoe kan iemand die niet joods is – een heiden zouden sommigen kunnen zeggen – hoe kan die persoon zorgen voor bevrijding? En zorgt niet Jezus als Gezalfde v an God voor verlossing? Klopt het wel wat deze Jesaja hier aan het einde van de Babylonische ballingschap (538 vC) over de Messias zegt? Stuurt de God van Israël wel een Perzische koning naar de Israëlieten in den vreemde om hen te bevrijden en om hen vred e te brengen? Vrede die hen terug doet keren naar het land van herkomst en vrede die hen de ruimte en gelegenheid geeft om hun geloof in de Ene te belijden in dankbaarheid en offers? “ Hoe kan dit? ”: vragen joden en christenen zich af.
 

Uit onverwachte hoek werkt God in het leven van mensen. Iemand die niet tot het volk Israël behoort, die God niet eens kent: via zo’n persoon opent God nieuwe perspectieven in tijden die gekenmerkt worden door donker, gevangenschap, door dat wat niet positief is te noemen. Da t doet Hij op verrassende en zeer gedurfde wijze. God schenkt hier op de enige plek in de Hebreeuwse Bijbel de Messiastitel aan een niet - Israëliet, iemand uit de volkeren. Je moet wel van hele goede huize komen om deze titel die gewoonlijk aan de koningen van Israël en priester s werd gegeven, te verbinden aan iemand die daar helemaal buiten staat. Toch verwoordt de profeet Jesaja het op deze manier. Hij kan niet anders. In dit deel van Jesaja (hoofdstukken 40 - 55) richt hij zich op troost voor Israël in ball ingschap. Deze hoofdstukken worden wel het Troostboekje genoemd, want Jesaja bemoedigt de Israëlieten dat God hun lot in een vreemd land zal omkeren: ze zullen terugkeren naar het beloofde land.

Voor deze terugkeer gebruikt God de Perzische koning Cyrus als instrument voor zijn plan met Israël en zo ook voor de wereld. Mensen die niets van God weten, zet God voor Zijn heilsplan met de hele schepping in. Deze universele trek – God wil er zijn voor mensen binnen én buiten Israël – krijgt in deze hoofdstukke n verder gestalte. God nodigt alle mensen uit om Hem te aanbidden, om God te leren kennen als God die er voor hen is. Zelfs mensen die deze Heer niet kennen, benut God, opdat alle knie op aarde zich zal buigen en iedere tong zal belijden (Filippenzen 2,10 - 11; Jesaja 45,23!).
 

Cyrus, de Perzische koning die (538 - 529 vC) in de zesde eeuw het Babylonische rijk omver gooit , scoort hoog bij God. De woorden die Jesaja aan het papier heeft toevertrouwd, liggen deels dicht bij het Edict van Cyrus, dat in 1879 gevo nden is in de vorm van een cilinder. Op deze cilinder van klei staat een tekst die Cyrus in zijn rijk liet rondgaan dat hij zonder enig gevecht de stad Babylon heeft ingenomen én dat iedereen terug mag keren naar zijn of haar oorspronkelijke thuis land , waa r ze in vrijheid hun geloof mogen uitoefenen. [zie voor meer over deze cilinder:

http://www.livius.org/sources/content/cyrus - cylinder/

Deze cilinder van Cyrus is van belang als één van de documenten van de mensheid. Daarbij komt ook dat deze tekst van Cyrus via Jesaja en Ezra (hoofdstukken 1 - 4) met de Bijbel verbonden is. Dat geeft de Bijbel een historische achtergrond en dat maakt dat de geschiedenis van mensen gerelateerd wordt aan het door God geïnspireerde profetenwoord, aan de heilshistorie, die God onder mensen in gang zet.

God laat zien dat Hij de Ene is, die op unieke en verrassende en zelfs voor sommigen een beledigende wijze ingrijpt in de loop van de geschiedenis. Dit drukt het zevende vers ook uit: “die het licht vormt en het donker schept, die vrede maakt en onheil schept. Ik ben het, de Heer, die al deze dingen doet. ” Dit vers mag je niet los van het voorafgaande lezen, want dan loopt het spaak in geloof. Dat kan voor velen een reden zijn om dan maar niet te geloven. Iets dat ik vaak hoor van mensen die christelijk geloof achter zich hebben gelaten, is dat zij er niet bij kunnen dat God zo almachtig is, dat hij dan kwaad toestaat in deze wereld. He t probleem van kwaad in deze wereld valt niet te rijmen met een God die liefdevol is en genadig. Of dat mensen in aardbevingen, overstromingen de hand van God zien, want dan zullen de mensen die daar leven, vast wel iets verkeerds hebben gedaan, nu zij zo getroffen zijn of beter nog dat zij zo gestraft zijn . Met zo’n God kon wijlen Harry Kuitert niets mee. In 1953 maakte hij de watersnoodramp in Zeeland van dichtbij mee. God was niet in de storm, zo redeneerde hij in zijn geloof. Dat ging er bij hem niet in.
 

Met een God die via natuurrampen, via oorlogen, via persoonlijk verlies, in het kind dat geen kans op leven heeft gekregen, via ziekte, die mensen treffen – dat God mensen straft op zulke manieren. Met zo’n God kan ik helemaal niets mee. Je doet God daa rmee te kort. Alsof God niet mee - lijdt met wie in verdrukking is, alsof God geen oog heeft voor de zonde, waarin mensen gevangen zitten, alsof God onverschillig is bij het kwaad, dat mensen overkomt of wat mens een mens aandoet . God laat ons mensen niet lo s. Hij luistert naar wie tot hem roepen vanuit hun nood, waaruit ze verlost willen worden. Daar hopen mensen op: dat het kwaad, dat de dood niet het laatste woord heeft, maar de God die eeuwig leven geeft.

Maar mensen kunnen soms zo vast zitten in hun id eeën, in hun geloof hoe God zal bevrijd en . Hoe God het voor ons zal doen. Zoals Hij zich in het verleden heeft doen gel den, zo zal Hij het weer doen. Zo hopen we dat God ons zal verhoren in onze nood. Maar God verlost op Zijn eigen wijze via de mensen, doo r wie Hij zijn bevrijdend werk doe t. In de loop van de geschiedenis zijn er mensen geweest die volgens de goegemeente niet acceptabel waren, omdat ze vrouw, omdat ze arm, omdat ze homoseksueel waren, omdat ze één of ander vlekje hadden: God zal toch niet via hen werken? Zo denken ook mensen vandaag, maar kijken we in de Bijbel, dan zien we dat God via Mozes werkt , die niet zo goed kan spreken; dat God via de hoer Rachab werkt; dat God via Jezus van Nazaret werkt – Nazaret, daar kan toch niets goeds vandaan komen?
Op onverwachte wijze zet God mensen in voor zijn plan met de schepping. Hij is anders dan de goden die ten goede of ten kwade van mensen werken. God is de God, die geen andere goden naast zich duldt, die van a tot en met z met mensen verbonden is, in alles wat ze meemaken. Hij is de Ene die op je goede en op je kwade dagen bij je is. Die zelfs kromme stokken gebruikt om recht te kunnen slaan. Om mensen een nieuw perspectief in het leven te geven, om hen te bevrijden tot een bestaan in Zijn naam. Daar mogen wij oog voor krijgen, dat God aan zijn schepping werkt via mensen van wie je het niet verwacht, opdat deze aarde vol van recht en gerechtigheid, vol van liefde en barmhartigheid zal zijn en dat ieder mens God zal kennen.
 
Amen.

Contactgegevens

Protestantse gemeente Grootegast/Sebaldeburen

Goede Herderkerk, De Gast 2, 9861 BM te Grootegast

0594-613073

Contact via email