Preek, gehouden op 12 februari 2017, Matteüs 5,17-26

Ds. H.C. Mulderij

Gemeente van Jezus Christus,

Schelden doet geen pijn, maar slaan des te meer.... Deze uitdrukking heb je vast wel eens gehoord. Maar klopt dit wel? Slaan laat op het lichaam plekken achter, maar schelden... schelden toch niet? Vraag dat maar eens aan kinderen, jongvolwassenen, werknemers en ouderen die gepest worden op school, werk en in het verzorgingscentrum. Zo nu en dan komt een bericht in de krant, op sociale media dat een tiener zelfdoding heeft gepleegd na aanhoudende pesterijen op school en na schooltijd. Verhalen over Amanda Todd, die na afpersing een einde haar leven maakte, een meisje uit Staphorst dat voor de ogen van haar klasgenoten voor de trein sprong; per jaar zijn ongeveer tweehonderd mensen zo wanhopig over pesterijen op de werkvloer dat ze menen dat ze niet meer verder kunnen. Of ouderen pesten uit verveling, uit onvrede op hun situatie en persoonlijke problemen, waarmee ze te maken hebben. We hoeven niet eens zo ver te kijken. Even voor de mensen die nu met pesten te maken hebben: je bent niet alleen. Je hoeft niet in deze situatie te blijven. Maak het kenbaar. Zoek hulp bij mij, bij mijn collega de Poel, bij een vertrouwenspersoon, iemand bij wie je jouw hart kunt luchten, je pijn kunt delen, zodat jij kunt helen. Niemand hoeft buitengesloten worden, omdat je anders eruit ziet, anders doet. En voor wie er bij staan: kijk niet weg, want dan help je de pestkoppen juist. Grijp in, zoek steun, immuniseer het pestgedrag, dat hij of zij stopt.

Ook in onze kerkelijke gemeenschap wordt er gepest, mensen zwart gemaakt of hebben we geen goed woord over voor die en die. Ik maak mij geen illusie dat er binnen onze kerk geen kwade woorden geuit worden, dat alles maar pais en vree is. Woede kan veel mensen parten spelen. Dat je verongelijkt bent over hoe dingen verlopen, want dat strookt toch niet met hoe we vroeger kerk waren. Of dat mensen meer en meer langs de zijlijn zijn komen te zitten, om wat voor reden ook, en klagen dat ze niemand meer zien, terwijl ze nu toch iemand van de kerk tegenover zich hebben. Dat we de ander de maat nemen, want het ligt toch aan andermans zondagse kerkgang, aan deelname aan groepen of aan de mate van recht in de leer zijn?

En dan horen we zo’n tekst van Jezus over het gebod ‘pleeg geen moord’. Het gaat hem niet alleen om dat je het leven van ander niet neemt met geweld, maar ook om woorden, waarmee je de ander letterlijk of figuurlijk dood kunt maken. Jezus vervult op deze manier dit gebod en dat vinden we niet gemakkelijk om te verstaan, laat staan te doen, want we zijn mensen die moeite hebben met onze woede, teleurstellingen, verdriet in ons bestaan. We willen ergens niet dat zulke zaken ons gebeuren; dat mensen ons tekort doen, ons onheus bejegenen. Liever gaan wij dergelijke mensen uit de weg, maar vaak is het net als vuil dat je onder de mat hebt geveegd. ’t Is uit het zicht, maar niet weg. Je hoeft de mat maar te verplaatsen of maar even aan de oppervlakte te krabben en het is er weer. Dat nare gevoel dat iemand jou oplevert. De teleurstelling dat iemand zo zich kan gedragen. Dat gevoel herkennen we allemaal wel. En dat gevoel willen we allemaal niet. Het liefst willen we dat kwijt, want iedere keer weer die pijnlijke plek voelen, daar willen we niet aan.

Maar het speelt telkens weer op. Zeker met deze tekst, die ook nog eens bij jou een appel legt. Een oproep dat jij het goed moet maken. Goed maken komt echter van twee kanten, van mensen die een stap naar elkaar zetten. Om te helen, om niet langer dader, slachtoffer te heten. Om te begrijpen wat de ander drijft om jou klem te zetten, monddood te maken, om telkens weer over je grenzen heen te laten gaan. Niet om het gedrag en de woorden van de ander te excuseren - het was maar een grapje, ik bedoelde het niet zo – want dat werkt niet op de lange duur. Er schuilt soms meer achter dan dat je op het eerste gezicht ziet. Maar dat je begrijpt, wat de reden is dat iemand jou zo vernedert. Elkaar begrijpen en begrip tonen voor de ander is soms al heel veel gevraagd, dat besef ik zeer goed. Laat ik een voorbeeld uit mijn eigen leven halen. Op de basisschool ben ik vaak gepest, omdat ik anders was. Ik droeg geen spijkerbroek, kwam uit één van de buitendorpen, wist ook nog eens veel en ik was gevoeliger dan mijn klasgenootjes, die mijn hulp met sommen en zo nodig hadden, als de meester even niet beschikbaar was. Één van die pesters staat mij helder voor de geest. Ik ben later te weten gekomen dat hij zelf gepest werd door een groepje kinderen van een andere school, omdat hij een broer met een geestelijke beperking heeft. Met die eigen gevoelens van woede kon hij niet thuis komen en heeft hij mij als doelwit voor zijn eigen woede, verdriet gebruikt. Omdat hij met zijn eigen emoties als slachtoffer niet uit de voeten kon en wist te uiten, maakte hij een volgend slachtoffer.

Onvrede met jezelf, allerlei onvolwassen gedrag komen we allemaal ook op volwassen leeftijd tegen. Gedrag dat jou vroeger zogenaamd hielp, kan, nu je ouder geworden bent, jou niet meer helpen. Een stampvoetende vrijwilliger, die zijn zin niet krijgt, een baas die op tafel slaat, een partner die een pruillip opzet en uit huis weg stormt, terwijl deze zegt: “je houdt niet meer van me”. Deze mensen zien we zo voor ons. Maar als je volwassen bent, kom je met dit gedrag niet verder vooruit. Paulus zegt het ook treffend (1 Korintiërs 13,11): “Nu ik volwassen ben, heb ik al het kinderlijke achter me gelaten.” En dat geldt ook voor woede. Wat Jezus van ons vraagt is dat wij op een volgroeide wijze – sluit ik aan bij de evangelielezing – dat wij op een vervulde manier met onze woede omgaan. En dat houdt in dat we in ons gedrag en in onze woorden en denken goed en passend elkaar behandelen. Jij bent verantwoordelijk voor jouw handelen en woorden, ook wat jij zegt in woede tegen je broeder of zuster (vers 22). Wees je ervan bewust wat woorden met die ander kunnen doen. Wil je soms iets zeggen tegen hem of haar of spreek je meer tot jezelf, dat die ander iets bij jou in werking zet. Een woord over een ander kan meer over jou zeggen dan over die ander. Een woord is vaak te snel gezegd, eruit gefloept, voor je er erg in hebt.

Met de woorden over vervulling van de wet, de Tora, wil Jezus zeggen dat hij deze tot volledige geldingskracht wil laten komen, dat de wet in Gods Koninkrijk volledig gehouden wordt, dat wij dus die mensen zijn, die de wet van liefde gestalte geven in ons bestaan. Dat dit geen gemakkelijke opdracht is, weten we allemaal. We falen zo dikwijls en zondigen tegen de hemel en elkaar. Dat betekent echter niet dat wij het er maar bij moeten laten zitten, alsof er geen uitweg is. Dat is niet de bedoeling van Jezus geweest, want hij is niet gekomen om de wet af te schaffen, maar om de essentie van de Tora in ons bestaan gestalte te geven. Op de slagen en woorden van zijn tegenstanders kwam er geen onvertogen woord over zijn lippen, maar zocht hij tot op het laatst toe naar verbondenheid, begrip, naar liefde tot het uiterste met zijn weg van liefde, die velen niet begrepen hebben of zullen begrijpen. Ondanks dat wij allen verschillende mensen zijn, zijn wij geroepen om de band met Jezus Christus waar te maken. Om niet weg te kijken bij kwaad; om ons niet afzijdig te houden als mensen vernederd worden. Maar om goed te doen, waar de wereld vol kwaad is; waar mensen geen keer weten te vinden uit de wegen van dood en vloek. Om dingen uit te spreken, voordat deze gaan etteren en doe dat waar dat mogelijk is. En als dat niet meer mogelijk is, dat je bij God in het reine komt, zodat jij dat weet te hanteren. Dat wij ook voor het Koninkrijk van de hemel volwassen worden, want daar is waarlijk leven. Bevrijd leven tot in eeuwigheid, amen.

Contactgegevens

Protestantse gemeente Grootegast/Sebaldeburen

Goede Herderkerk, De Gast 2, 9861 BM te Grootegast

0594-613073

Contact via email